Rechtbank Breda
Gemachtigde eiser Cossmozz B.V.: mr. H.G.A.M. Spoormans
Gemachtigde gedaagde: mr. A. Smeekes
Rechter: mr. Van Geloven, in het openbaar uitgesproken door mr. Van de Wetering
In de tijd dat Cozzmoss actief was met rechten handhaven bezaten persuitgevers meestal de auteursrechten omdat de makers in loondienst waren. Tegenwoordig is dat anders: er wordt volop met freelancers gewerkt.
In deze zaak is er overduidelijk sprake van een inbreuk. Gedaagde had 29 artikelen gekopieerd en op zijn eigen, goed bezochte en commerciële, websites geplaatst. Voor één artikel trad Cozzmoss op in opdracht van de maker (Klijssen), voor de rest in opdracht van uitgevers. Van vier artikelen bezit uitgever NRC Handelsblad B.V. het auteursrecht niet, dat rust bij een freelancer (Grotenhuis).
Cozzmoss voert op EIGEN naam rechtshandelingen uit. Daarvoor is een lastgevingsovereenkomst met de rechthebbende vereist. Een machtiging volstaat niet: daarmee kun men alleen NAMENS de rechthebbende optreden.
Een stukje uit het vonnis over lastgeving en schadebegroting:
"3.1.1. Eiseres handhaaft en exploiteert auteursrechten van (rechts)personen die haar daartoe opdracht geven. Zij onderzoekt onder meer het internet op inbreukmakende teksten."
Cossmozz werkt in opdracht, zij is lasthebber.
"3.1.6. (...) Op 24 oktober 2011 heeft Grotenhuis voornoemd aan eiseres schriftelijk bevestigd haar de last te hebben gegeven om “op eigen naam de aan hem toekomende intellectuele eigendomsrechten, waaronder begrepen de auteursrechten, te handhaven die hem toekomen terzake de door hem gepubliceerde c.q. openbaar gemaakte en geschreven artikelen (…)”. Daarbij heeft Grotenhuis de onder 3.1.3. vermelde door hem geschreven artikelen in het bijzonder vermeld."
Dat is een halfjaar nadat er een tussenvonnis is gewezen. Cozzmoss was bij aanvang van het geschil voor vier artikelen nog geen lasthebber van Grotenhuis.
"3.4.1. (...) Een gebrek in de last kan volgens gedaagde niet in de loop van een procedure worden hersteld. Om die reden ook kon Grotenhuis niet alsnog een last aan eiseres geven nadat eiseres er achter kwam dat NRC Handelsblad B.V. niet het auteursrecht op de door haar openbaar gemaakte artikelen van Grotenhuis bezat."
Mijns inziens is dat juist.
"3.4.2. (...) Met het in de loop van de procedure door eiseres genoemde en in het geding gebrachte stuk waarbij Grotenhuis aan eiseres een last heeft gegeven, is de feitelijke grondslag van de vordering door eiseres aangevuld. Immers, zij stelde in de dagvaarding op grond van een door NRC Handelsblad B.V. gegeven last te handelen en te mogen handelen als het gaat om de door die rechtspersoon openbaar gemaakte artikelen. Die stelling was feitelijk onjuist voor zover het door Grotenhuis geschreven artikelen betrof omdat Grotenhuis zijn auteursrecht niet aan NRC Handelsblad B.V. heeft overgedragen. (...) Door de aanvulling bij conclusie van repliek is gedaagde niet in haar procesbelang geschaad. Zij heeft bij conclusie van dupliek haar reactie kunnen geven. Voor niet-ontvankelijk verklaring als door gedaagde is betoogd is geen grond."
Ik begrijp de redenering van de rechtbank niet. Mijns inziens is die grond er wel.
De rechtbank begroot de schade op het mislopen van een licentievergoeding: € 5.670,79. Klijssen krijgt daarvan € 320,- (haar naam ontbrak). Dat betekent voor de andere inbreuken een kleine € 200,- per artikel. De rechtbank baseert zich op de tarieven voor hergebruik en door partijen gehanteerde freelancetarieven. Over een opslag doet de rechtbank nog geen uitspraak:
"3.14.5. Eiseres heeft voorts aangevoerd dat de schade van de rechtspersonen het dubbele van het bedrag aan van gedaagde misgelopen vergoeding bedraagt. De rechtbank verwerpt, aldus het verweer van gedaagde honorerend, het argument van eiseres dat als grond daarvoor geldt dat personen als gedaagde ervan moeten worden weerhouden artikelen van de (rechts)personen over te nemen zonder vooraf een vergoeding te betalen. Ook verwerpt de rechtbank het argument dat de verhoging niet meer dan redelijk is omdat het personen als gedaagde anders zou worden toegestaan eerst achteraf de (niet meer dan de gebruikelijke) vergoeding te betalen. Deze argumenten van eiseres hebben een punitief karakter. De achtergrond van het toekennen van een schadevergoeding op grond van artikel 6:162 BW is niet het opleggen van een punitieve maatregel, maar het compenseren van een benadeelde voor het hem toegebrachte nadeel."
Een heel mooi stukje dat je kunt gebruiken om een opslag die bedoeld is als straf af te wijzen.
"3.14.8 (...) De rechtbank is van oordeel dat eiseres onvoldoende inlichtingen heeft verschaft om dit onderdeel van de schadevordering te kunnen begroten. Waar de rechtbank de mogelijkheid dat schade is geleden aannemelijk acht, zal zij eiseres verzoeken dat alsnog te doen. Eiseres dient bij akte voor elk artikel aan te geven hoe vaak het door de desbetreffende (rechts)persoon vanaf de te noemen datum van openbaarmaking tot heden aan een derde tegen vergoeding is toegestaan dat artikel over te nemen. De rechtbank overweegt nu reeds dat de kosten die eiseres daarvoor moet maken niet redelijk en evenredig zijn en niet ten laste van gedaagde komen omdat zij dit onderdeel van haar schadevergoeding nu reeds deugdelijk had moeten hebben gemotiveerd."
Cossmozz krijgt huiswerk mee. Dit is de einduitspraak.
Rechtbank Breda 30 mei 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BW7204
De rechtbank stelt vast dat de desbetreffende (rechts)personen bij de openbaarmaking van de onder de feiten vermelde artikelen onderaan die artikelen en/of op de website waarop dat artikel is geplaatst hebben aangegeven “copyright en/of alle rechten voorbehouden”. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de voorbehouden uitdrukkelijk gemaakt. Gelet op de locaties van die voorbehouden behoort het voor de gemiddelde oplettende lezer die een artikel wil overnemen duidelijk te zijn dat de openbaarmaker auteursrecht op de artikelen claimt.
16 december 2025 gepubliceerd.
"3.1.1. Eiseres handhaaft en exploiteert auteursrechten van (rechts)personen die haar daartoe opdracht geven. Zij onderzoekt onder meer het internet op inbreukmakende teksten."
Cossmozz werkt in opdracht, zij is lasthebber.
"3.1.6. (...) Op 24 oktober 2011 heeft Grotenhuis voornoemd aan eiseres schriftelijk bevestigd haar de last te hebben gegeven om “op eigen naam de aan hem toekomende intellectuele eigendomsrechten, waaronder begrepen de auteursrechten, te handhaven die hem toekomen terzake de door hem gepubliceerde c.q. openbaar gemaakte en geschreven artikelen (…)”. Daarbij heeft Grotenhuis de onder 3.1.3. vermelde door hem geschreven artikelen in het bijzonder vermeld."
Dat is een halfjaar nadat er een tussenvonnis is gewezen. Cozzmoss was bij aanvang van het geschil voor vier artikelen nog geen lasthebber van Grotenhuis.
"3.4.1. (...) Een gebrek in de last kan volgens gedaagde niet in de loop van een procedure worden hersteld. Om die reden ook kon Grotenhuis niet alsnog een last aan eiseres geven nadat eiseres er achter kwam dat NRC Handelsblad B.V. niet het auteursrecht op de door haar openbaar gemaakte artikelen van Grotenhuis bezat."
Mijns inziens is dat juist.
"3.4.2. (...) Met het in de loop van de procedure door eiseres genoemde en in het geding gebrachte stuk waarbij Grotenhuis aan eiseres een last heeft gegeven, is de feitelijke grondslag van de vordering door eiseres aangevuld. Immers, zij stelde in de dagvaarding op grond van een door NRC Handelsblad B.V. gegeven last te handelen en te mogen handelen als het gaat om de door die rechtspersoon openbaar gemaakte artikelen. Die stelling was feitelijk onjuist voor zover het door Grotenhuis geschreven artikelen betrof omdat Grotenhuis zijn auteursrecht niet aan NRC Handelsblad B.V. heeft overgedragen. (...) Door de aanvulling bij conclusie van repliek is gedaagde niet in haar procesbelang geschaad. Zij heeft bij conclusie van dupliek haar reactie kunnen geven. Voor niet-ontvankelijk verklaring als door gedaagde is betoogd is geen grond."
Ik begrijp de redenering van de rechtbank niet. Mijns inziens is die grond er wel.
De rechtbank begroot de schade op het mislopen van een licentievergoeding: € 5.670,79. Klijssen krijgt daarvan € 320,- (haar naam ontbrak). Dat betekent voor de andere inbreuken een kleine € 200,- per artikel. De rechtbank baseert zich op de tarieven voor hergebruik en door partijen gehanteerde freelancetarieven. Over een opslag doet de rechtbank nog geen uitspraak:
"3.14.5. Eiseres heeft voorts aangevoerd dat de schade van de rechtspersonen het dubbele van het bedrag aan van gedaagde misgelopen vergoeding bedraagt. De rechtbank verwerpt, aldus het verweer van gedaagde honorerend, het argument van eiseres dat als grond daarvoor geldt dat personen als gedaagde ervan moeten worden weerhouden artikelen van de (rechts)personen over te nemen zonder vooraf een vergoeding te betalen. Ook verwerpt de rechtbank het argument dat de verhoging niet meer dan redelijk is omdat het personen als gedaagde anders zou worden toegestaan eerst achteraf de (niet meer dan de gebruikelijke) vergoeding te betalen. Deze argumenten van eiseres hebben een punitief karakter. De achtergrond van het toekennen van een schadevergoeding op grond van artikel 6:162 BW is niet het opleggen van een punitieve maatregel, maar het compenseren van een benadeelde voor het hem toegebrachte nadeel."
Een heel mooi stukje dat je kunt gebruiken om een opslag die bedoeld is als straf af te wijzen.
"3.14.8 (...) De rechtbank is van oordeel dat eiseres onvoldoende inlichtingen heeft verschaft om dit onderdeel van de schadevordering te kunnen begroten. Waar de rechtbank de mogelijkheid dat schade is geleden aannemelijk acht, zal zij eiseres verzoeken dat alsnog te doen. Eiseres dient bij akte voor elk artikel aan te geven hoe vaak het door de desbetreffende (rechts)persoon vanaf de te noemen datum van openbaarmaking tot heden aan een derde tegen vergoeding is toegestaan dat artikel over te nemen. De rechtbank overweegt nu reeds dat de kosten die eiseres daarvoor moet maken niet redelijk en evenredig zijn en niet ten laste van gedaagde komen omdat zij dit onderdeel van haar schadevergoeding nu reeds deugdelijk had moeten hebben gemotiveerd."
Cossmozz krijgt huiswerk mee. Dit is de einduitspraak.
Rechtbank Breda 30 mei 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BW7204
De rechtbank stelt vast dat de desbetreffende (rechts)personen bij de openbaarmaking van de onder de feiten vermelde artikelen onderaan die artikelen en/of op de website waarop dat artikel is geplaatst hebben aangegeven “copyright en/of alle rechten voorbehouden”. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de voorbehouden uitdrukkelijk gemaakt. Gelet op de locaties van die voorbehouden behoort het voor de gemiddelde oplettende lezer die een artikel wil overnemen duidelijk te zijn dat de openbaarmaker auteursrecht op de artikelen claimt.
16 december 2025 gepubliceerd.
