04 maart 2026

Het lachen is ANP nu wel vergaan, hoop ik...

ECLI:NL:RBGEL:2026:1937
Rechtbank Arnhem
Gemachtigde eiser ALGEMEEN NEDERLANDS PERSBUREAU ANP B.V.: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders B.V.
Gedaagde procedeert in persoon
Rechter: mr. E.W. de Groot

Eindelijk een uitspraak zoals alle uitspraken over stockfoto-geschillen met ANP zouden moeten zijn. En niet alleen als je een peperdure advocaat inschakelt zoals in deze zaak uit 2021. Hulde wederom voor rechtbank Gelderland (locatie Arnhem) die af durft te wijken van de status quo.

Ik vind al jaren dat ANP wappert met auteursrechten:
  • ANP bezit het auteursrecht niet van foto's gemaakt door freelancers.
  • De freelancers worden niet middellijk vertegenwoordigd door ANP.
  • Op de foto rusten meestal geen exclusieve rechten, de foto is reeds door minimaal één andere partij uitgegeven. Dan kun je dus niet uitsluiten dat de foto via een andere partij verkregen is.



Uit het vonnis:

"2.4. Een deel van de foto (in bijgesneden vorm en zonder bronvermelding) heeft (enige) dagen op de blogpagina van de website van het bedrijf van [gedaagde] gestaan. Zijn zoon had die website gemaakt."
Een onbedoelde inbreuk op kleine schaal. Of de foto daadwerkelijk is bijgesneden is gissen, ANP stelt in haar dagvaardingen namelijk standaard dat de foto is bijgesneden en dat naamsvermelding ontbreekt. 

"3.1. (...) In de daarna ingekomen conclusie van repliek heeft ANP haar vordering verminderd, in die zin dat zij thans geen dwangsom meer vordert om de foto te verwijderen, omdat [gedaagde] de foto inmiddels niet alleen van zijn website maar ook van de server van zijn website heeft gehaald. Daarnaast heeft ANP de onderbouwing van haar vordering aangevuld, in die zin dat zij haar vordering baseert op de Auteurswet dan wel artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW)."
Kennelijk stond de foto bij dagvaarding nog op de server en heeft ANP dwangsommen geëist voor als gedaagde de foto niet zou verwijderen. Overigens is een bestand op een server geen mededeling aan het publiek en was de publicatie van de foto bij aanvang van het geschil al verwijderd.
Verder heeft de rechtbank ANP in de gelegenheid gesteld om haar vordering beter te onderbouwen. Ik vermoed dat er net als in deze zaak wel wat ontbrak.

"3.2. (...) Hij voert - kort gezegd - onder meer aan dat ANP niet heeft bewezen dat zij eigenaar is van de foto of gerechtigd is voor een ander deze vordering in te stellen."
Bravo voor deze gedaagde! ANP dient inderdaad het auteursrecht te bezitten dan wel een zogenoemde privatieve lastgevingsovereenkomst te hebben met de rechthebbende om op eigen naam schadevergoeding te kunnen vorderen. 

"4.5. (...) Naar het oordeel van de kantonrechter heeft ANP, mede gelet op het verweer van [gedaagde] , onvoldoende gesteld en onderbouwd om aan te kunnen nemen dat zij gerechtigd is om deze rechtsvordering in te stellen wegens auteursrechtinbreuk op de foto. Vast staat dat [fotograaf] de foto heeft gemaakt. Hij staat in de beeldbank van ANP ook vermeld als de fotograaf. Niet gesteld of gebleken is dat hij de foto heeft gemaakt terwijl hij in dienst was van ANP. Dit brengt mee dat de auteursrechten op de foto op grond van de hoofdregel van artikel 1 Auteurswet aan [fotograaf] toekomen. Op grond van artikel 2 Auteurswet is voor zowel de (gehele of gedeeltelijke) overdracht van auteursrechten als het verlenen van een exclusieve licentie een akte vereist. Het had daarom op de weg van ANP gelegen om te stellen en aan te tonen dat zij via zo’n akte rechten op de foto overgedragen heeft gekregen. Dat heeft zij nagelaten. De kantonrechter zal de vordering van ANP om die reden afwijzen."
Bravo voor de kantonrechter! Eindelijk kan ik bij de vele claims die ik afwijs omdat de fototrol niet het gevraagde bewijs overlegt, verwijzen naar jurisprudentie!


ANP vordert schadevergoeding van gedaagde, omdat gedaagde een auteursrechtelijk beschermde foto op zijn website heeft geopenbaard. De kantonrechter oordeelt dat ANP onvoldoende heeft onderbouwd dat zij de auteursrechten van de fotograaf overgedragen heeft gekregen. De vordering wordt daarom afgewezen.

17 maart 2026 gepubliceerd