Rechtbank Eindhoven
Gemachtigde eiser ALGEMEEN NEDERLANDS PERSBUREAU: F.C.E. Lussi
Gedaagde procedeert in persoon
Rechter: mr. E.M.C. Mommers
De gedaagde in deze zaak klopte een week eerder bij mij aan dan de gedaagde die de foto van Epke Zonderland gebruikte. Zijn zaak was zelfs nog iets sterker: geen zakelijke website en het gebruik valt mijns inziens onder het citaatrecht omdat de bron (Nu.nl) zichtbaar is.
Rechter: mr. E.M.C. Mommers
![]() |
| Het gebruik van de foto in 2018 |
Beide gedaagden vroegen in het voortraject tevergeefs naar bewijs dat ANP rechthebbende was. Aangezien de dagvaardingen op elkaar leken, schreef ik voor beide een soortgelijk verweer. Helaas konden we het in deze zaak niet binnen de afgesproken tijd eens worden over het in te dienen stuk en heb ik mij teruggetrokken als gemachtigde (mijn altruïsme heeft een grens). De gedaagde is verder gegaan met een bevriende jurist. Met een geweldig resultaat! ANP niet-ontvankelijk.
Uit het vonnis:
"4.3 (...) Volgens [gedaagde] blijkt uit de overeenkomst enkel van een volmacht. Dat betekent volgens [gedaagde] dat ANP alleen bevoegd is om namens [A] een procedure te voeren en niet om onder eigen naam te procederen. Daarvoor geldt het leerstuk van lastgeving."
Dat een lastgevingsovereenkomst ontbreekt speelde ook bij die andere zaak, én mijn eigen herroepingszaak.
"4.8. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv is de eisende partij verplicht om de eis in de dagvaarding te vermelden. De kantonrechter stelt vast dat het petitum (de eis) in de dagvaarding in deze procedure ontbreekt."
Rechtbank Oost-Brabant 27 november 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8151
Eiser vordert betaling van een bedrag van € 500,00 wegens een vermeende schending van het auteursrecht door gedaagde. Eiser wordt niet ontvankelijk verklaard, omdat zij niet aan haar verplichtingen uit hoofde van artikel 21 en artikel 111 Rv heeft voldaan.
"4.3 (...) Volgens [gedaagde] blijkt uit de overeenkomst enkel van een volmacht. Dat betekent volgens [gedaagde] dat ANP alleen bevoegd is om namens [A] een procedure te voeren en niet om onder eigen naam te procederen. Daarvoor geldt het leerstuk van lastgeving."
Dat een lastgevingsovereenkomst ontbreekt speelde ook bij die andere zaak, én mijn eigen herroepingszaak.
"4.4. De kantonrechter oordeelt dat ANP op grond van artikel 8 van de licentieovereenkomst bevoegd is om in deze procedure op te treden. Op grond van artikel 8 lid 3 van de overeenkomst heeft ANP namelijk het recht om zelfstandig schadevergoeding en/of winstafdracht te vorderen."
Bevoegd om zelfstandig op te treden is mijns inziens niet hetzelfde als bevoegd om op eigen naam op te treden.
"4.8. Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv is de eisende partij verplicht om de eis in de dagvaarding te vermelden. De kantonrechter stelt vast dat het petitum (de eis) in de dagvaarding in deze procedure ontbreekt."
De dagvaarding zag eruit als copy-paste waarbij het laatste deel (de eis) ontbreekt.
"4.13. ANP doet niet slechts een beroep op inbreuk op haar auteursrechten door herplaatsen van de oorspronkelijke foto. In randnummer 3 van de dagvaarding voert ANP aan dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht op de foto doordat “medio november 2018 [de foto] is geopenbaard en bijgesneden zonder de naamsvermelding van de fotograaf en/of de rechthebbende”. Naar de kantonrechter begrijpt, leidt dit onder randnummer 16 en verder tot een verhoging van de schadevergoeding waarop ANP meent recht te hebben. ANP is echter – ten onrechte – geheel niet ingegaan op de omstandigheden waaronder de foto op NU.nl (in eerste instantie en naar de kantonrechter begrijpt, wel met toestemming) is geopenbaard en zij heeft niets gesteld omtrent de gevolgen van het ontbreken van een naamsvermelding bij die openbaarmaking op de opvolgende openbaarmaking op [internetsite] . Daarop heeft [gedaagde] voor het eerst bij conclusie van antwoord moeten wijzen. In de dagvaarding ontbreekt verder volledig een vermelding van hoe de foto is bijgesneden of bewerkt. Eventuele door ANP geconstateerde verschillen heeft zij niet vermeld."
ANP stelt standaard in dagvaardingen dat de foto is bijgesneden en dat de naam van de fotograaf ontbreekt. Als je dat niet betwist komt het als feit vast te staan en wordt een verhoging op het gevorderde tarief toegewezen. Meestal 25%.
"4.14 (...) In plaats daarvan stelde VRG zich – als gemachtigde van ANP ten tijde van de handhaving, zoals door ANP benadrukt – op een ander standpunt, namelijk dat ANP bevoegd was om op te treden op grond van artikel 4.1 van de Auteurswet. Tijdens de mondelinge behandeling is dit standpunt door ANP verlaten en verwees ANP naar de licentieovereenkomst. Zij heeft dat enkel kunnen onderbouwen met de overeenkomst die pas bij de conclusie van antwoord in reconventie – zonder nadere toelichting – als productie in het geding is gebracht. Dit is gelet op het voorgaande veel te laat, mede nu het indienen van een reconventionele vordering geen gegeven is en daarmee ook het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie niet. Bovendien is dit in strijd met de substantiëringsplicht, omdat het bezwaar tegen het door VRG ingenomen standpunt ten aanzien van deze grondslag al in de correspondentie door [gedaagde] was aangevoerd zodat ANP dit verweer dan ook in haar dagvaarding had dienen te vermelden en bovendien bij het uitbrengen van de dagvaarding een (zo nodig andere) grondslag had dienen aan te voeren voor haar optreden in rechte, zodat ook [gedaagde] zich tegen dit (andere) standpunt correct kon verdedigen."
Bij de zaak over de foto van Epke Zonderland zat de licentieovereenkomst wél al bij de dagvaarding. Mijns inziens ook te laat omdat de gedaagde in die zaak dat bewijs buitengerechtelijk al opvroeg. Bij beide zaken stelde ANP in het buitengerechtelijke voortraject de rechthebbende zijn op basis van het bewijsvermoeden van artikel 4.1 Aw.
"4.17. Ten overvloede merkt de kantonrechter dat – voor ANP wel ontvankelijk zou zijn geweest in haar vordering – de vordering van ANP in deze zaak door de kantonrechter in ieder geval grotendeels zou zijn afgewezen. [gedaagde] heeft namelijk als verweer gevoerd dat [internetsite] een niet-commerciële partij betreft en dat ANP zelf op haar website het volgende weergeeft:
“Kleine non-profitorganisaties die niet staan ingeschreven bij de KvK worden nu niet meer aangeschreven. En kleine thumbnails (tot 100x100 pixels) zullen ook niet meer in rekening worden gebracht.”"
Fijn dat de rechter dit in het vonnis zet!
"4.18 (...) [gedaagde] heeft erop gewezen dat ANP in 2012 de website EerlijkeFoto.nl lanceerde, waarop zij haar nieuwsfoto’s verkocht aan kleine blogs - zoals [internetsite] - voor één euro per stuk, in een resolutie tot 1.000 pixels breed. De foto op [internetsite] was slechts 505 pixels breed. Het voorgaande is evenmin door ANP betwist. Het is vaste jurisprudentie dat bij een vergoeding wegens inbreuk op auteursrecht als uitgangspunt zoveel mogelijk dient de gebruikelijke vergoeding voor de auteursrechthebbende in vergelijkbare situaties of in ieder geval een vergoeding die zou zijn gevraagd als wel vooraf zou zijn onderhandeld tussen partijen. Gelet op het voorgaande zou die reële vergoeding voor de foto worden vastgesteld op een bedrag tussen de nul en één euro, reeds daarom kan de door ANP in haar dagvaarding opgenomen licentiederving niet worden toegewezen."
"4.13. ANP doet niet slechts een beroep op inbreuk op haar auteursrechten door herplaatsen van de oorspronkelijke foto. In randnummer 3 van de dagvaarding voert ANP aan dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht op de foto doordat “medio november 2018 [de foto] is geopenbaard en bijgesneden zonder de naamsvermelding van de fotograaf en/of de rechthebbende”. Naar de kantonrechter begrijpt, leidt dit onder randnummer 16 en verder tot een verhoging van de schadevergoeding waarop ANP meent recht te hebben. ANP is echter – ten onrechte – geheel niet ingegaan op de omstandigheden waaronder de foto op NU.nl (in eerste instantie en naar de kantonrechter begrijpt, wel met toestemming) is geopenbaard en zij heeft niets gesteld omtrent de gevolgen van het ontbreken van een naamsvermelding bij die openbaarmaking op de opvolgende openbaarmaking op [internetsite] . Daarop heeft [gedaagde] voor het eerst bij conclusie van antwoord moeten wijzen. In de dagvaarding ontbreekt verder volledig een vermelding van hoe de foto is bijgesneden of bewerkt. Eventuele door ANP geconstateerde verschillen heeft zij niet vermeld."
ANP stelt standaard in dagvaardingen dat de foto is bijgesneden en dat de naam van de fotograaf ontbreekt. Als je dat niet betwist komt het als feit vast te staan en wordt een verhoging op het gevorderde tarief toegewezen. Meestal 25%.
"4.14 (...) In plaats daarvan stelde VRG zich – als gemachtigde van ANP ten tijde van de handhaving, zoals door ANP benadrukt – op een ander standpunt, namelijk dat ANP bevoegd was om op te treden op grond van artikel 4.1 van de Auteurswet. Tijdens de mondelinge behandeling is dit standpunt door ANP verlaten en verwees ANP naar de licentieovereenkomst. Zij heeft dat enkel kunnen onderbouwen met de overeenkomst die pas bij de conclusie van antwoord in reconventie – zonder nadere toelichting – als productie in het geding is gebracht. Dit is gelet op het voorgaande veel te laat, mede nu het indienen van een reconventionele vordering geen gegeven is en daarmee ook het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie niet. Bovendien is dit in strijd met de substantiëringsplicht, omdat het bezwaar tegen het door VRG ingenomen standpunt ten aanzien van deze grondslag al in de correspondentie door [gedaagde] was aangevoerd zodat ANP dit verweer dan ook in haar dagvaarding had dienen te vermelden en bovendien bij het uitbrengen van de dagvaarding een (zo nodig andere) grondslag had dienen aan te voeren voor haar optreden in rechte, zodat ook [gedaagde] zich tegen dit (andere) standpunt correct kon verdedigen."
Bij de zaak over de foto van Epke Zonderland zat de licentieovereenkomst wél al bij de dagvaarding. Mijns inziens ook te laat omdat de gedaagde in die zaak dat bewijs buitengerechtelijk al opvroeg. Bij beide zaken stelde ANP in het buitengerechtelijke voortraject de rechthebbende zijn op basis van het bewijsvermoeden van artikel 4.1 Aw.
"4.17. Ten overvloede merkt de kantonrechter dat – voor ANP wel ontvankelijk zou zijn geweest in haar vordering – de vordering van ANP in deze zaak door de kantonrechter in ieder geval grotendeels zou zijn afgewezen. [gedaagde] heeft namelijk als verweer gevoerd dat [internetsite] een niet-commerciële partij betreft en dat ANP zelf op haar website het volgende weergeeft:
“Kleine non-profitorganisaties die niet staan ingeschreven bij de KvK worden nu niet meer aangeschreven. En kleine thumbnails (tot 100x100 pixels) zullen ook niet meer in rekening worden gebracht.”"
Fijn dat de rechter dit in het vonnis zet!
"4.18 (...) [gedaagde] heeft erop gewezen dat ANP in 2012 de website EerlijkeFoto.nl lanceerde, waarop zij haar nieuwsfoto’s verkocht aan kleine blogs - zoals [internetsite] - voor één euro per stuk, in een resolutie tot 1.000 pixels breed. De foto op [internetsite] was slechts 505 pixels breed. Het voorgaande is evenmin door ANP betwist. Het is vaste jurisprudentie dat bij een vergoeding wegens inbreuk op auteursrecht als uitgangspunt zoveel mogelijk dient de gebruikelijke vergoeding voor de auteursrechthebbende in vergelijkbare situaties of in ieder geval een vergoeding die zou zijn gevraagd als wel vooraf zou zijn onderhandeld tussen partijen. Gelet op het voorgaande zou die reële vergoeding voor de foto worden vastgesteld op een bedrag tussen de nul en één euro, reeds daarom kan de door ANP in haar dagvaarding opgenomen licentiederving niet worden toegewezen."
Ik voerde in 2018 (!) eenzelfde betwisting op het tarief bij mijn eigen zaak en had toen gehoopt op bagatel.
"4.19 (...) [gedaagde] heeft echter geen gemachtigde en ook geen facturen in het geding gebracht waaruit blijkt welke kosten hij eventueel heeft moeten maken aan gemachtigdensalaris (...) Dit betekent dat hij conform jurisprudentie in ieder geval recht heeft op reis- en verletkosten. Daarvoor wordt standaard een tarief gerekend van € 50,00, maar de kantonrechter zal gelet op de volledige proceskosten-veroordeling in dit geval een bedrag van € 100,00 toekennen."
"4.19 (...) [gedaagde] heeft echter geen gemachtigde en ook geen facturen in het geding gebracht waaruit blijkt welke kosten hij eventueel heeft moeten maken aan gemachtigdensalaris (...) Dit betekent dat hij conform jurisprudentie in ieder geval recht heeft op reis- en verletkosten. Daarvoor wordt standaard een tarief gerekend van € 50,00, maar de kantonrechter zal gelet op de volledige proceskosten-veroordeling in dit geval een bedrag van € 100,00 toekennen."
Spijtig dat de gedaagde niemand meer gevonden heeft die als gemachtigde wilde optreden, dan hadden mijn uren en de uren van de bevriende jurist ingebracht kunnen worden.
Rechtbank Oost-Brabant 27 november 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8151
Eiser vordert betaling van een bedrag van € 500,00 wegens een vermeende schending van het auteursrecht door gedaagde. Eiser wordt niet ontvankelijk verklaard, omdat zij niet aan haar verplichtingen uit hoofde van artikel 21 en artikel 111 Rv heeft voldaan.
5 februari 2026 gepubliceerd.
