15 februari 2019

Nieuwe meetlat met de kennis van nu.

ECLI:NL:RBROT:2019:1573
Rechtbank Rotterdam
Gemachtigden eiser ANP (Hollandse Hoogte): Rosmalen gerechtsdeurwaarders B.V.
Gedaagde procedeert in persoon en die persoon ben ik (Martine Bakx).
Rechter: mr. G.J. Heevel

Dit is mijn eigen zaak waar de ellende allemaal mee begon. Ik heb twee herroepingspogingen wegens bedrog ondernomen en die zijn allebei verzand in bureaucratie.

Herroepingspoging 1: zaaknummer 11144224 CV EXPL 24-14483

Februari 2024 herlas ik de dagvaarding om uit te zoeken waarom ik in 2018 naliet te betwisten dat Hollandse Hoogte de auteursrechthebbende is. Hollandse Hoogte bleek gesteld te hebben dat de fotograaf zijn auteursrechten overdroeg. Aanleiding om de zaak te heropenen.

Hollandse Hoogte is opgegaan in ANP Holding en helaas daagde ik de werkmaatschappij van ANP. Rechtbank Rotterdam gelastte een mondelinge behandeling en weigerde vooraf uitspraak te doen of het gebrek in de dagvaarding hersteld kon worden. Na de hoorzitting verklaarde rechtbank Rotterdam mij niet-ontvankelijk omdat ik de verkeerde rechtspersoon dagvaardde.

Herroepingspoging 2: zaaknummer 11909787 CV EXPL 25-21167

Augustus 2024 ontving ik de licentieovereenkomst en een verklaring van de fotograaf Michiel Wijnbergh. Daaruit bleek dat Wijnbergh zijn rechten inderdaad niet overdroeg. En ook dat Hollandse Hoogte de fotograaf niet middellijk vertegenwoordigde. Die nieuwe wetenschap was aanleiding om in oktober 2024 de juiste BV van ANP te dagvaarden voor het geval rechtbank Rotterdam zou weigeren het gebrek in de dagvaarding van de eerste herroepingsprocedure te herstellen.

Rechtbank Rotterdam oordeelt dat het feit dat ANP geen lasthebber is, geen nieuwe herroepingsgrond is en dat de herroepingstermijn dus overschreden is. 

Bureaucratie bij rechtbank Rotterdam. Ik vroeg herstelvonnis van de tweede poging, doch kreeg er automatisch ook een voor de eerste.
Waarom wordt mijn naam verkeerd gespeld in uitspraken? Terwijl ie in alle correspondentie goed staat?

Er staat nu nog een rechtsmiddel open en dat is cassatie in het belang der wet. Daarvoor legde ik, inmiddels veel wijzer geworden, het vonnis nogmaals langs de meetlat. En formuleerde maar liefst acht grieven voor het cassatieverzoek.

1. Wetenschap van bedrog

De kantonrechter stelt:

“2.4. Bij schrijven van 10 februari 2017 maakt Permission Machine namens Hollandse Hoogte Bakx – onder bijvoeging van de door haar gemaakte screenshot – er op attent dat zij inbreuk maakt op het auteursrecht van de fotograaf”

“3.2. Hollandse Hoogte legt baan haar vordering ten grondslag dat Bakx inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van de fotograaf van de litigieuze foto, welke rechten aan haar bij overeenkomst zijn overgedragen en door haar worden beheerd.”

“4.8. Een en ander leidt er toe dat Bakx inbreuk heeft gemaakt op het aan de fotograaf toekomende en aan Hollandse Hoogte overgedragen auteursrecht. Niet in geschil is dat dit onrechtmatig handelen haar ook is toe te rekenen, zodat zij gehouden is de ten gevolge daarvan door de fotograaf geleden schade te vergoeden aan Hollandse Hoogte.”

“4.9. De rechtbank komt thans toe aan de vraag of de door de fotograaf geleden schade redelijkerwijs kan worden begroot op de door [eiser] gestelde wijze en op het door haar gevorderde bedrag.”

De weergave door de kantonrechter is niet correct: in het voortraject én in de dagvaarding wordt gesteld dat er inbreuk op het auteursrecht van Hollandse Hoogte wordt gemaakt, de fotograaf wordt niet genoemd.

Overdracht van auteursrecht vereist een akte (artikel 2 Aw). De kantonrechter lijkt te weten dat die akte er niet is, maar kent toch een schadevergoeding toe aan Hollandse Hoogte. Voor schade die volgens de kantonrechter door de fotograaf is geleden.

 

Grief 2. Verdraaien van de feiten

De kantonrechter doet voorkomen alsof de foto op een commerciële website (webshop) stond:

“2.2. Bakx verkoopt verkleedkleding onder meer via haar website www.kijkenietkope.nl. Daarnaast heeft zij een zestal blogs waarin wordt gelinkt naar haar andere werkzaamheden.”

“4.12.2 (…) de foto gedurende een periode van vier jaar (…) op de website (gelinkt aan de blogs) van Bakx heeft gestaan”

Ter zitting is voortdurend gesproken over blog en ook in het proces-verbaal wordt er consequent gesproken over blog. Citaten uit het proces-verbaal:

“Uit de blog van Bakx blijkt dat het commerciële doeleinden nastreeft. Op de blog staan advertenties en wordt bovendien gelinkt naar de webshop van Bakx (…) De foto waar het in het geding om gaat, heeft mijn dochter gebruikt in haar werkstuk op de basisschool en heb ik later op mijn blog gezet. (…) Ik heb zes blogs en verkoop verkleedkleding. Op mijn blog staan advertenties en wordt gelinkt naar mijn andere werkzaamheden. Dat ik de foto heb gebruikt op mijn blog heb ik nooit betwist.”

Het was overduidelijk dat de inbreuk plaats vond op een blog.

 

Grief 3. Schending van de lijdelijkheid

De kantonrechter stelt:

“4.1. Kernpunt van het geschil betreft de vraag of Bakx met het plaatsen van de foto op haar website/blog – waarvoor zij geen toestemming had gevraagd – inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van de fotograaf (…)”

De fotograaf is geen procespartij en de inbreuk was buitengerechtelijk erkend:

“2.5 (…) Het klopt dat deze foto zonder bronvermelding op mijn privé-blog stond en dat had ik niet moeten doen. Ik heb hem nu weggehaald. (…) Ik heb hier nimmer een commerciële bedoeling mee gehad. (…) Het gefactureerde bedrag komt in de verste verte niet in de richting van wat de auteur mis is gelopen aan inkomsten.”

Hollandse Hoogte heeft het ontbreken van een winstoogmerk niet betwist. Ze bevestigt zelfs dat het niet-commercieel gebruik betreft:

“2.6 (…) Permisson Machine biedt daarbij, als tegemoetkoming, het niet-commerciële tarief van € 238,50 (€ 185,50 licentie + € 53 dossierkosten) aan.”

Uit de beoordeling:

“4.12.2 (…) en dat deze website niet uitsluitend een persoonlijk karakter draagt, maar wel degelijk ook commercieel van aard is, mede gelet op de getoonde advertenties van commerciële bedrijven.”

De kantonrechter treedt buiten het debat van partijen.

 

Grief 4. Bewijs gepasseerd

Uit het vonnis:

“4.11. (…) Voor zover er al schade is, dient rekening te worden gehouden met het feit dat zij onmiddellijk na het aanschrijven de foto heeft verwijderd en de bewuste blogpost – een weblog over persoonlijke wissewasjes met enkel tientallen bezoekers per dag– tot dan slechts 80 pageviews telde. Ter zitting heeft zij daar nog aan toegevoegd dat Hollandse Hoogte in het verleden aan bedrijven met kleine weblogs foto’s voor € 1,- heeft aangeboden en zij in 2013 via Permission Machine een fotolicentie had kunnen regelen voor zo’n € 10,00, waarmee het thans gevorderde bedrag in geen verhouding staat.”

In de stukken voor de comparitie staan verwijzingen naar artikelen waarin die tarieven genoemd worden. Een uitdraai van die artikelen en een screenshot van de niet meer bestaande website Eerlijkefoto.nl weigerde de kantonrechter ter zitting, op het moment dat het tarief werd besproken, bij de stukken te voegen. Deze zin uit het vonnis is dan ook onwaar:

“4.12.2 (…) De stelling van Bakx dat zij eerder dezelfde foto voor een veel lager bedrag had kunnen verkrijgen, blijft bij de beoordeling buiten beschouwing, nu deze stelling niet concreet is onderbouwd, terwijl dit door Hollandse Hoogte gemotiveerd is betwist.”

Recentelijk was een identiek verweer wél succesvol. Uit ECLI:NL:RBOBR:2025:8151:

“[Gedaagde] heeft erop gewezen dat ANP in 2012 de website EerlijkeFoto.nl lanceerde, waarop zij haar nieuwsfoto’s verkocht aan kleine blogs - zoals [internetsite] - voor één euro per stuk, in een resolutie tot 1.000 pixels breed. De foto op [internetsite] was slechts 505 pixels breed. Het voorgaande is evenmin door ANP betwist. Het is vaste jurisprudentie dat bij een vergoeding wegens inbreuk op auteursrecht als uitgangspunt zoveel mogelijk dient de gebruikelijke vergoeding voor de auteursrechthebbende in vergelijkbare situaties of in ieder geval een vergoeding die zou zijn gevraagd als wel vooraf zou zijn onderhandeld tussen partijen. Gelet op het voorgaande zou die reële vergoeding voor de foto worden vastgesteld op een bedrag tussen de nul en één euro, reeds daarom kan de door ANP in haar dagvaarding opgenomen licentiederving niet worden toegewezen.“

 

Grief 5. Eigenhandige betwisting

De kantonrechter doet een aanname:

“4.12.2 (…) Gelet op deze periode is het door Bakx gestelde aantal pageviews geenszins aannemelijk en dit wordt ook niet ondersteund door de door haar overgelegde productie; in tegendeel, daaruit blijkt van zo’n 1.400 pageviews per maand.”

De kantonrechter trekt cijfers in twijfel zonder dat Hollandse Hoogte dat deed. Feiten die niet worden betwist, moeten onder artikel 149 Rv als vaststaand aangenomen worden: de kantonrechter treedt buiten het debat van partijen.

 

Grief 6: Passeren geschilpunt

De kantonrechter bagatelliseert:

“4.12.2 (…) De nog door Bakx gestelde omstandigheid dat de foto jarenlang niet te zien zou zijn geweest op de eigen site van de fotograaf, maar uitsluitend op die van Hollandse Hoogte, weegt evenmin mee, aangezien deze omstandigheid niet relevant is voor het bepalen van een redelijk te achten licentievergoeding.”

Het is wél relevant: of een foto commercieel beschikbaar is (de foto was ten tijde van de dagvaarding verdwenen van de downloadlocatie), beïnvloedt de hoogte van de hypothetische licentievergoeding.

 

Grief 7. Rechtsonzekerheid

Daar waar de ene kantonrechter in 2019 (ECLI:NL:RBGEL:2019:4427) oordeelt:

“Er is naar het oordeel van de kantonrechter echter geen plaats voor toepassing van de gevorderde verhoging met 50% voor de inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht of ter ontmoediging van het plegen van inbreuk op auteursrechten, zoals ANP vordert. De tarieven van Stichting Foto Anoniem gaan er namelijk vanuit dat de rechthebbende zelf niet om toestemming is gevraagd. Daarnaast is het verlies van exclusiviteit geen grond voor verhoging van de schadevergoeding omdat ook het verlenen van gewone licenties leidt tot verlies van exclusiviteit. Ten slotte is in het Nederlandse recht geen grondslag aanwezig voor het toekennen van een schadevergoeding bij wijze van straf; daarvoor is het strafrechtelijke traject beschikbaar.”

Oordeelt de kantonrechter in de onderhavige zaak:

“4.12.3. De vervolgens toegepaste verhoging met een factor 0,5 komt de kantonrechter gelet op de daarvoor aangevoerde gronden redelijk voor. Immers ook de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid behoren krachtens het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 sub b BW tot vermogensschade en mogen daarbij in rekening gebracht. Voorts kan het niet meer zelf kunnen bepalen of en wanneer een foto gebruikt mag worden afdoen aan de exclusiviteitswaarde van een foto, althans kan het enkele feit dat een foto van jaren her dateert op zichzelf bij de beoordeling daarvan geen gewicht in de schaal leggen. Gelet op deze goede gronden voor de verhoging kan niet worden gezegd dat de verhoging in het onderhavige geval een (uitsluitend) punitief karakter heeft. Het verweer van Bakx op dit punt kan dan ook niet worden gevolgd.”

In beide zaken is aangesloten bij de tarievenlijst van Stichting Foto Anoniem. Andere kantonrechters wijzen de aansluiting bij de tarievenlijst af.
Uit ECLI:NL:RBAMS:2021:6721:

“De verwijzing naar eerdere uitspraken, dan wel de tarievenlijst Stichting Beeld Anoniem geeft evenmin voldoende duidelijkheid omtrent de in dit geval door [eiser] geleden schade. Deze tarievenlijst is anders dan [eiser] kennelijk meent niet bedoeld om als onderbouwing van de schade in het individuele geval dienst te doen.“

De willekeur in de hoogte van toegewezen schadevergoedingen veroorzaakt rechtsonzekerheid.

 

Grief 8. Inefficiënte rechtspraak

De feiten en standpunten waren glashelder en er was geen eis in reconventie in de onderhavige zaak. Door een comparitie te gelasten is het geschil opgeblazen: dat is in strijd met de goede procesorde. Een onnodige zitting leidt tot een onredelijke verhoging van de proceskosten (Art. 1019h Rv-druk), wat de toegang tot het recht belemmert. Voor een partij die in persoon procedeert is een hoorzitting bovendien emotioneel belastend, er gaat een afschrikwekkende werking vanuit.


Rechtbank Rotterdam 15 februari 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:1573
Foto is werk in auteursrechtelijke zin en publicatie daarvan op website/blogs openbaarmaking. Geen bagatel. Schade begroot op gederfde licentievergoeding, verhoogd met factor 0.5. Proceskosten begroot op liquidatietarief, nu het gaat om een eenvoudige niet bewerkelijke zaak.

7 mei 2026 geschreven, gepubliceerd en cassatieverzoek verstuurd.