Gemachtigden eiser ANP (Hollandse Hoogte): Rosmalen gerechtsdeurwaarders B.V.
Gedaagde procedeert in persoon en die persoon ben ik (Martine Bakx).
Rechter: mr. G.J. Heevel
Dit is mijn eigen zaak waar de ellende allemaal mee begon. Ik heb twee herroepingspogingen wegens bedrog ondernomen en die zijn allebei verzand in bureaucratie.
Herroepingspoging 1: zaaknummer 11144224 CV EXPL 24-14483
Februari 2024 herlas ik de dagvaarding om uit te zoeken
waarom ik in 2018 naliet te betwisten dat Hollandse Hoogte de
auteursrechthebbende is. Hollandse Hoogte bleek gesteld te hebben dat de
fotograaf zijn auteursrechten overdroeg. Aanleiding om de zaak te heropenen.
Hollandse Hoogte is opgegaan in ANP Holding en helaas daagde
ik de werkmaatschappij van ANP. Rechtbank Rotterdam gelastte een mondelinge
behandeling en weigerde vooraf uitspraak te doen of het gebrek in de
dagvaarding hersteld kon worden. Na de hoorzitting verklaarde rechtbank
Rotterdam mij niet-ontvankelijk omdat ik de verkeerde rechtspersoon dagvaardde.
Herroepingspoging 2: zaaknummer 11909787 CV EXPL 25-21167
Augustus 2024 ontving ik de licentieovereenkomst en een
verklaring van de fotograaf Michiel Wijnbergh. Daaruit bleek dat Wijnbergh zijn
rechten inderdaad niet overdroeg. En ook dat Hollandse Hoogte de fotograaf niet
middellijk vertegenwoordigde. Die nieuwe wetenschap was aanleiding om in
oktober 2024 de juiste BV van ANP te dagvaarden voor het geval rechtbank
Rotterdam zou weigeren het gebrek in de dagvaarding van de eerste
herroepingsprocedure te herstellen.
Rechtbank Rotterdam oordeelt dat het feit dat ANP geen lasthebber is, geen nieuwe herroepingsgrond is en dat de herroepingstermijn dus overschreden is.
Er staat nu nog een rechtsmiddel open en dat is cassatie in het belang der wet. Daarvoor legde ik, inmiddels veel wijzer geworden, het vonnis nogmaals langs de meetlat. En formuleerde maar liefst acht grieven voor het cassatieverzoek.
1. Wetenschap van bedrog
De kantonrechter stelt:
“2.4. Bij schrijven van 10 februari 2017 maakt Permission
Machine namens Hollandse Hoogte Bakx – onder bijvoeging van de door haar
gemaakte screenshot – er op attent dat zij inbreuk maakt op het auteursrecht
van de fotograaf”
“3.2. Hollandse Hoogte legt baan haar vordering ten
grondslag dat Bakx inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van de fotograaf
van de litigieuze foto, welke rechten aan haar bij overeenkomst zijn
overgedragen en door haar worden beheerd.”
“4.8. Een en ander leidt er toe dat Bakx inbreuk heeft
gemaakt op het aan de fotograaf toekomende en aan Hollandse Hoogte overgedragen
auteursrecht. Niet in geschil is dat dit onrechtmatig handelen haar ook is toe
te rekenen, zodat zij gehouden is de ten gevolge daarvan door de fotograaf
geleden schade te vergoeden aan Hollandse Hoogte.”
“4.9. De rechtbank komt thans toe aan de vraag of de door de
fotograaf geleden schade redelijkerwijs kan worden begroot op de door [eiser]
gestelde wijze en op het door haar gevorderde bedrag.”
De weergave door de kantonrechter is niet correct: in het
voortraject én in de dagvaarding wordt gesteld dat er inbreuk op het
auteursrecht van Hollandse Hoogte wordt gemaakt, de fotograaf wordt niet
genoemd.
Overdracht van auteursrecht vereist een akte (artikel 2 Aw).
De kantonrechter lijkt te weten dat die akte er niet is, maar kent toch een
schadevergoeding toe aan Hollandse Hoogte. Voor schade die volgens de kantonrechter
door de fotograaf is geleden.
Grief 2. Verdraaien van de feiten
De kantonrechter doet voorkomen alsof de foto op een
commerciële website (webshop) stond:
“2.2. Bakx verkoopt verkleedkleding onder meer via haar
website www.kijkenietkope.nl. Daarnaast heeft zij een zestal blogs waarin wordt
gelinkt naar haar andere werkzaamheden.”
“4.12.2 (…) de foto gedurende een periode van vier jaar (…)
op de website (gelinkt aan de blogs) van Bakx heeft gestaan”
Ter zitting is voortdurend gesproken over blog en ook in het
proces-verbaal wordt er consequent gesproken over blog. Citaten uit het
proces-verbaal:
“Uit de blog van Bakx blijkt dat het commerciële doeleinden
nastreeft. Op de blog staan advertenties en wordt bovendien gelinkt naar de
webshop van Bakx (…) De foto waar het in het geding om gaat, heeft mijn dochter
gebruikt in haar werkstuk op de basisschool en heb ik later op mijn blog gezet.
(…) Ik heb zes blogs en verkoop verkleedkleding. Op mijn blog staan
advertenties en wordt gelinkt naar mijn andere werkzaamheden. Dat ik de foto
heb gebruikt op mijn blog heb ik nooit betwist.”
Het was overduidelijk dat de inbreuk plaats vond op een
blog.
Grief 3. Schending van de lijdelijkheid
De kantonrechter stelt:
“4.1. Kernpunt van het geschil betreft de vraag of Bakx met
het plaatsen van de foto op haar website/blog – waarvoor zij geen toestemming
had gevraagd – inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van de fotograaf (…)”
De fotograaf is geen procespartij en de inbreuk was
buitengerechtelijk erkend:
“2.5 (…) Het klopt dat deze foto zonder bronvermelding op
mijn privé-blog stond en dat had ik niet moeten doen. Ik heb hem nu weggehaald.
(…) Ik heb hier nimmer een commerciële bedoeling mee gehad. (…) Het
gefactureerde bedrag komt in de verste verte niet in de richting van wat de
auteur mis is gelopen aan inkomsten.”
Hollandse Hoogte heeft het ontbreken van een winstoogmerk niet
betwist. Ze bevestigt zelfs dat het niet-commercieel gebruik betreft:
“2.6 (…) Permisson Machine biedt daarbij, als
tegemoetkoming, het niet-commerciële tarief van € 238,50 (€ 185,50 licentie + €
53 dossierkosten) aan.”
Uit de beoordeling:
“4.12.2 (…) en dat deze website niet uitsluitend een
persoonlijk karakter draagt, maar wel degelijk ook commercieel van aard is,
mede gelet op de getoonde advertenties van commerciële bedrijven.”
De kantonrechter treedt buiten het debat van partijen.
Grief 4. Bewijs gepasseerd
Uit het vonnis:
“4.11. (…) Voor zover er al schade is, dient rekening te
worden gehouden met het feit dat zij onmiddellijk na het aanschrijven de foto
heeft verwijderd en de bewuste blogpost – een weblog over persoonlijke
wissewasjes met enkel tientallen bezoekers per dag– tot dan slechts 80
pageviews telde. Ter zitting heeft zij daar nog aan toegevoegd dat Hollandse
Hoogte in het verleden aan bedrijven met kleine weblogs foto’s voor € 1,- heeft
aangeboden en zij in 2013 via Permission Machine een fotolicentie had kunnen regelen
voor zo’n € 10,00, waarmee het thans gevorderde bedrag in geen verhouding
staat.”
In de stukken voor de comparitie staan verwijzingen naar
artikelen waarin die tarieven genoemd worden. Een uitdraai van die artikelen en
een screenshot van de niet meer bestaande website Eerlijkefoto.nl weigerde de
kantonrechter ter zitting, op het moment dat het tarief werd besproken, bij de
stukken te voegen. Deze zin uit het vonnis is dan ook onwaar:
“4.12.2 (…) De stelling van Bakx dat zij eerder dezelfde
foto voor een veel lager bedrag had kunnen verkrijgen, blijft bij de
beoordeling buiten beschouwing, nu deze stelling niet concreet is onderbouwd,
terwijl dit door Hollandse Hoogte gemotiveerd is betwist.”
Recentelijk was een identiek verweer wél succesvol. Uit
ECLI:NL:RBOBR:2025:8151:
“[Gedaagde] heeft erop gewezen dat ANP in 2012 de website
EerlijkeFoto.nl lanceerde, waarop zij haar nieuwsfoto’s verkocht aan kleine
blogs - zoals [internetsite] - voor één euro per stuk, in een resolutie tot
1.000 pixels breed. De foto op [internetsite] was slechts 505 pixels breed. Het
voorgaande is evenmin door ANP betwist. Het is vaste jurisprudentie dat bij een
vergoeding wegens inbreuk op auteursrecht als uitgangspunt zoveel mogelijk
dient de gebruikelijke vergoeding voor de auteursrechthebbende in vergelijkbare
situaties of in ieder geval een vergoeding die zou zijn gevraagd als wel vooraf
zou zijn onderhandeld tussen partijen. Gelet op het voorgaande zou die reële
vergoeding voor de foto worden vastgesteld op een bedrag tussen de nul en één
euro, reeds daarom kan de door ANP in haar dagvaarding opgenomen
licentiederving niet worden toegewezen.“
Grief 5. Eigenhandige betwisting
De kantonrechter doet een aanname:
“4.12.2 (…) Gelet op deze periode is het door Bakx gestelde
aantal pageviews geenszins aannemelijk en dit wordt ook niet ondersteund door
de door haar overgelegde productie; in tegendeel, daaruit blijkt van zo’n 1.400
pageviews per maand.”
De kantonrechter trekt cijfers in twijfel zonder dat
Hollandse Hoogte dat deed. Feiten die niet worden betwist, moeten onder artikel
149 Rv als vaststaand aangenomen worden: de kantonrechter treedt buiten het
debat van partijen.
Grief 6: Passeren geschilpunt
De kantonrechter bagatelliseert:
“4.12.2 (…) De nog door Bakx gestelde omstandigheid dat de
foto jarenlang niet te zien zou zijn geweest op de eigen site van de fotograaf,
maar uitsluitend op die van Hollandse Hoogte, weegt evenmin mee, aangezien deze
omstandigheid niet relevant is voor het bepalen van een redelijk te achten
licentievergoeding.”
Het is wél relevant: of een foto commercieel beschikbaar is
(de foto was ten tijde van de dagvaarding verdwenen van de downloadlocatie),
beïnvloedt de hoogte van de hypothetische licentievergoeding.
Grief 7. Rechtsonzekerheid
Daar waar de ene kantonrechter in 2019
(ECLI:NL:RBGEL:2019:4427) oordeelt:
“Er is naar het oordeel van de kantonrechter echter geen
plaats voor toepassing van de gevorderde verhoging met 50% voor de inbreuk op
het zelfbeschikkingsrecht of ter ontmoediging van het plegen van inbreuk op
auteursrechten, zoals ANP vordert. De tarieven van Stichting Foto Anoniem gaan
er namelijk vanuit dat de rechthebbende zelf niet om toestemming is gevraagd.
Daarnaast is het verlies van exclusiviteit geen grond voor verhoging van de
schadevergoeding omdat ook het verlenen van gewone licenties leidt tot verlies
van exclusiviteit. Ten slotte is in het Nederlandse recht geen grondslag
aanwezig voor het toekennen van een schadevergoeding bij wijze van straf;
daarvoor is het strafrechtelijke traject beschikbaar.”
Oordeelt de kantonrechter in de onderhavige zaak:
“4.12.3. De vervolgens toegepaste verhoging met een factor
0,5 komt de kantonrechter gelet op de daarvoor aangevoerde gronden redelijk
voor. Immers ook de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid
behoren krachtens het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 sub b BW tot
vermogensschade en mogen daarbij in rekening gebracht. Voorts kan het niet meer
zelf kunnen bepalen of en wanneer een foto gebruikt mag worden afdoen aan de
exclusiviteitswaarde van een foto, althans kan het enkele feit dat een foto van
jaren her dateert op zichzelf bij de beoordeling daarvan geen gewicht in de
schaal leggen. Gelet op deze goede gronden voor de verhoging kan niet worden
gezegd dat de verhoging in het onderhavige geval een (uitsluitend) punitief
karakter heeft. Het verweer van Bakx op dit punt kan dan ook niet worden
gevolgd.”
In beide zaken is aangesloten bij de tarievenlijst van
Stichting Foto Anoniem. Andere kantonrechters wijzen de aansluiting bij de
tarievenlijst af.
Uit ECLI:NL:RBAMS:2021:6721:
“De verwijzing naar eerdere uitspraken, dan wel de
tarievenlijst Stichting Beeld Anoniem geeft evenmin voldoende duidelijkheid
omtrent de in dit geval door [eiser] geleden schade. Deze tarievenlijst is
anders dan [eiser] kennelijk meent niet bedoeld om als onderbouwing van de
schade in het individuele geval dienst te doen.“
De willekeur in de hoogte van toegewezen schadevergoedingen
veroorzaakt rechtsonzekerheid.
Grief 8. Inefficiënte rechtspraak
De feiten en standpunten waren glashelder en er was geen eis
in reconventie in de onderhavige zaak. Door een comparitie te gelasten is het
geschil opgeblazen: dat is in strijd met de goede procesorde. Een onnodige
zitting leidt tot een onredelijke verhoging van de proceskosten (Art. 1019h
Rv-druk), wat de toegang tot het recht belemmert. Voor een partij die in
persoon procedeert is een hoorzitting bovendien emotioneel belastend, er gaat
een afschrikwekkende werking vanuit.
Foto is werk in auteursrechtelijke zin en publicatie daarvan op website/blogs openbaarmaking. Geen bagatel. Schade begroot op gederfde licentievergoeding, verhoogd met factor 0.5. Proceskosten begroot op liquidatietarief, nu het gaat om een eenvoudige niet bewerkelijke zaak.
