Rechtbank Amsterdam
Gemachtigde van de fotograaf: mr. J. Minkema
Gemachtigde van de fotogebruiker: A.K.T. Wallet
Rechter: mr. B.T. Beuving
Ik zie in mijn 'fototrollenpraktijk' zelden een claim van de fotograaf zelf, vrijwel altijd is er een premiejager ingeschakeld. Mijn dringende advies is om mails van een fotograaf serieus te nemen en zo snel mogelijk het geschil proberen op te lossen met elkaar. Want als er een jurist ingeschakeld moet worden, lopen de kosten snel op!
De fotograaf in dit geschil liep weinig risico omdat hij vermoedelijk gratis rechtsbijstand kreeg van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). De schade voor de gedaagde partij daarentegen bedroeg bijna 1.500 euro en daar komen de kosten voor haar eigen gemachtigde nog bovenop. En dat terwijl de gedaagde mogelijkerwijs de foto rechtmatig verkreeg, onbekend blijft wat de werkelijke schade is en of gedaagde überhaupt een winstoogmerk had.
Uit het vonnis:
"2.4. Op 17 juni 2024 heeft [eiser] [gedaagde] gesommeerd de foto op de website te verwijderen en een schadevergoeding te betalen. Op 2 en 26 juli 2024 heeft [eiser] dit nogmaals per e-mail gedaan."
Gedaagde heeft niet gereageerd.
"2.6. De gemachtigde van [eiser] heeft op 6 mei 2025 [gedaagde] (per aangetekende post) aangeschreven en haar nogmaals aansprakelijk gesteld voor de schade."
Gedaagde heeft de brief niet afgehaald van het postkantoor.
"3.3. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] maakt gebruik van meerdere beeldbanken en het is niet uit te sluiten dat zij de foto rechtmatig heeft verkregen. [gedaagde] heeft in ieder geval niet bewust of verwijtbaar een inbreuk gemaakt op de rechten van [eiser]. (...) Bij conclusie van dupliek heeft [gedaagde] nog betwist dat de foto auteursrechtelijk is beschermd, dat de gevorderde schadevergoeding onredelijk is dan wel het karakter van een boete aanneemt en dat de overgelegde factuur een gecreëerd bewijsstuk is."
Gedaagde heeft het tarief, het bewijs van het tarief en de auteursrechtelijke bescherming te laat betwist. Dat had zij buitengerechtelijk moeten doen, of in ieder geval bij de eerste conclusie.
"4.2. (...) Dat [gedaagde] mogelijkerwijs wel toestemming had omdat zij gebruik maakt van beeldbanken is onvoldoende concreet om aan te nemen dat zij beschikte over toestemming. (...) Overigens is hierbij niet relevant dat [gedaagde] dit niet bewust heeft gedaan. Ook dan is er sprake van een schending. Dit betekent dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden schade."
Gedaagde had bewijs moeten overleggen dat zij de foto via een beeldbank verkreeg.
"4.3. Bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding die [eiser] toekomt wegens een inbreuk op zijn auteursrecht, moet in eerste instantie als uitgangspunt worden genomen de licentievergoeding die betaald had moeten worden indien wel om toestemming voor plaatsing zou zijn gevraagd. [eiser] heeft gemotiveerd gesteld dat hij voor het gebruik van dezelfde foto een honorarium vraagt van € 250,00. In dit geval heeft [gedaagde] echter geen toestemming gevraagd, zodat [eiser] heeft aangevoerd dat hij daardoor tevens schade lijdt door verlies van controle over het werk, de aantasting van de exclusiviteit en vermindering van exploitatiemogelijkheden. (...) [eiser] in deze procedure de schade beperkt tot tweemaal de vergoeding, te weten € 500,00. Dit bedrag komt de kantonrechter niet onredelijk voor."
Algemeen bekend is dat het gebruik van reeds op internet verschenen foto's – stockfoto's – hooguit een paar tientjes kost. Vermoedelijk heeft de fotograaf een factuur voor een achteraf afgedwongen licentievergoeding overlegd (die gedaagde te laat heeft betwist). De kantonrechter verdubbeld het bedrag, dat is in tegenspraak met bijvoorbeeld ECLI:NL:RBMNE:2019:1499: "De kantonrechter ziet geen aanleiding om schadevergoeding toe te kennen wegens de door Hollandse Hoogte gestelde afbreuk aan het zelfbeschikkingsrecht oftewel het recht om zelf te bepalen waar, hoe en hoe lang de foto wordt gebruikt. Dit omdat aangenomen kan worden dat de waarde van de exclusiviteit van de foto is verdisconteerd in de licentievergoeding."
"4.4. [eiser] vordert daarnaast schade vanwege de inbreuk op zijn persoonlijkheidsrechten omdat de naamsvermelding bij de foto ontbrak en hij niet kon bepalen waar de foto werd gepubliceerd. [eiser] begroot de schade op € 125,00 te weten 25% van het misgelopen honorarium. De kantonrechter acht het gevorderde bedrag gebruikelijk en passend."
De opslag had gedaagde kunnen betwisten als de foto reeds uitgegeven is zonder naamsvermelding: dan vervalt het recht op naamsvermelding (stockfoto's worden vaak verkocht zonder de verplichting van naamsvermelding).
"4.5. Het voorgaande betekent dat de vordering tot betaling van € 625,00 toewijsbaar is."
Ik neem aan dat de fotograaf dit bedrag bij aanvang voorstelde als schikkingsvoorstel. Met betwisting en onderhandeling was hij buitengerechtelijk mogelijk akkoord gegaan met een lager bedrag. In ieder geval had gedaagde in dat geval op tijd verweer gevoerd. Verweer dat de rechter dan mee had moeten laten wegen in de beoordeling.
Rechtbank Amsterdam 19 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5170
schending auteursrecht door publicatie van foto zonder toestemming en naamsvermelding maker
schending auteursrecht door publicatie van foto zonder toestemming en naamsvermelding maker
28 mei 2026 gepubliceerd