29 april 2026

Beide partijen verliezen ruim 4.000 euro

ECLI:NL:RBMNE:2026:2307
Rechtbank Lelystad
Gemachtigde eiser: mr. P.J. Contermans
Gedaagde vennootschap procedeert in persoon
Rechter: mr. J.A. Schuman

Was daar recentelijk eindelijk een uitspraak die dodelijk is voor fototrollen – namelijk dat je alleen op kunt treden tegen inbreuken als je de rechthebbende bent (of vertegenwoordigt) – in deze zaak doet de kantonrechter dat weer teniet door met terugwerkende kracht handhavingsrechten toe te kennen. Daarmee is jurisprudentie ontstaan waarmee een fototrol zonder bewijs kan optreden tegen inbreuken als hij er maar voor zorgt dat zijn opdrachtgever, mocht het tot een rechtszaak komen, de rechten verwerft...

De onderhavige kwestie is overigens geen trollenzaak en de uitkomst niet onredelijk. Ik begrijp zelfs de aansluiting bij de vrijwaringstarieven BeeldAnoniem: de werkelijke schade is namelijk moeilijk te bepalen.


Uit het vonnis:

"2.1 (...) [eiser] heeft door een professionele fotograaf foto’s laten maken van zijn wandpanelen die hij op de website van [handelsnaam 1] heeft geplaatst. Ook heeft hij die wandpanelen productnamen gegeven die hij zelf verzonnen heeft. [handelsnaam 2] heeft deze foto’s en bijbehorende namen op haar website gebruikt. [eiser] vindt dat [handelsnaam 2] daardoor inbreuk heeft gemaakt op zijn auteursrechten. (...) [handelsnaam 2] wil dat de kantonrechter deze vorderingen afwijst. Zodra zij ontdekte dat de foto’s op haar website van [eiser] afkomstig waren heeft zij deze namelijk verwijderd."
Eiser stelt bij aanvang dat zijn auteursrechten zijn geschonden.

"3.5 (...) Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de productnamen niet auteursrechtelijk beschermd."
Dat deel van de vordering wordt afgewezen, de foto's zijn wél auteursrechtelijk beschermd.

"3.6. Dan komt de vraag aan de orde of [eiser] wel de auteursrechten op de foto’s heeft, en niet de fotograaf die de foto’s heeft genomen. [eiser] meent dat hij de auteursrechten heeft op grond van artikel 6 Auteurswet (hierna: Aw). Mocht dat niet het geval zijn, dan vindt hij dat hij de auteursrechten bij akte van de fotograaf heeft verkregen op 13 oktober 2025."
Gedaagde is voor het eerst aangeschreven op 17 april 2025. De mondelinge behandeling vond plaats op 31 maart 2026. De datum van de dagvaarding wordt niet vermeld in het vonnis. Rekening houdende met een ingediend verweer en het plannen van een zitting zal de dagvaarding vóór, of rond de datum van de akte van overdracht uitgebracht zijn. In het buitengerechtelijk voortraject was eiser dus nog niet de rechthebbende, de kantonrechter wijst het beroep op artikel 6 Aw namelijk af.

"3.9. De kantonrechter gaat wel mee in de stelling dat [eiser] de auteursrechten bij akte heeft verkregen. De fotograaf heeft bij akte van 13 oktober 2025 alle auteursrechten ten aanzien van de foto’s en alle bijbehorende vorderingsrechten aan [eiser] overgedragen. Dat betekent dat [eiser] vanaf dat moment de auteursrechten op de foto’s heeft. Dit heeft ook tot gevolg dat [eiser] gerechtigd is om deze procedure te voeren, ook als deze ziet op inbreuken van voor 13 oktober 2025."
Eiser heeft pas op 13 oktober 2025 het auteursrecht verworven, op dat moment schond gedaagde geen rechten meer: de foto's en teksten waren verwijderd.
Ik vind de onderstreepte zin een foute redenatie: eigendomsrecht geldt niet met terugwerkende kracht. De kantonrechter had ambtshalve anders kunnen oordelen. Bijvoorbeeld dat eiser het auteursrecht verwierf op grond van artikel 7 Aw als de fotograaf per uur is betaald. Of mogelijk heeft eiser een exclusieve gebruiksrecht en was toestemming vereist op grond van artikel 9 Aw.

"3.16 (...) Nu de schade niet exact is vast te stellen, zal deze begroot moeten worden op een manier die zo goed mogelijk aansluit bij de aard van de geleden schade. Uitgangspunt bij deze begroting is dat de auteursrechthebbende (in dit geval [eiser] ) ten minste aanspraak kan maken op een schadevergoeding gelijk aan de licentievergoeding die verschuldigd zou zijn geweest, als er wel toestemming voor de verveelvoudiging zou zijn gevraagd. Om te bepalen hoe hoog die vergoeding zou zijn geweest, sluit de kantonrechter aan bij de tarievenlijst 2025 van Stichting BeeldAnoniem."
Eiser verkoopt geen foto's en had waarschijnlijk nee gezegd als een concurrent had aangeklopt. Ik vind het niet logisch dat de kantonrechter de schade baseert op het mislopen van een licentievergoeding.
De werkelijke schade is de door gedaagde genoten winst en de afname van de exclusiviteit van de foto's doordat een concurrent ze gebruikt.

"3.18. De door [eiser] gevorderde opslag van 25% omdat de foto’s zonder naamsvermelding op een website openbaar zijn gemaakt wijst de kantonrechter toe. Vast staat namelijk dat [handelsnaam 2] de foto’s zonder naamsvermelding van de fotograaf op de website had staan, waardoor zij deze opslag verschuldigd was. Zij was dat in eerste instantie aan de fotograaf maar, zoals ook besproken in de overwegingen 3.9.-3.12., heeft [eiser] de vorderingsrechten van de fotograaf overgenomen. Daarom is [eiser] nu gerechtigd om deze opslag te vorderen. Deze opslag komt neer op een bedrag van €180,75."
Recht op naamsvermelding is een persoonlijkheidsrecht dat niet overdraagbaar is. Dat recht heeft eiser dus niet verworven op 13 oktober 2025. Daarnaast is de schade begroot op het vrijwaringstarieven BeeldAnoniem, dat is een all-in tarief inclusief ontbreken naam.

Gedaagde moet ruim 4.000 euro aan schadevergoeding en proceskosten betalen aan eiser. Het salaris advocaat is echter zo hoog opgelopen dat eiser per saldo blijft zitten met een kostenpost van eveneens ruim 4.000 euro.


Rechtbank Midden-Nederland 29 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2307
Gedaagde heeft foto's en productnamen van de website van eiser op haar eigen website gebruikt. De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van auteursrechtinbreuk op de foto's, maar dat de productnamen beschrijvend zijn. Veroordeling schadevergoeding.

19 mei 2026 gepubliceerd.