Rechtbank Amsterdam
Gemachtigde Louis van Gaal: mr. J.G.J. van Groenendaal
Gemachtigde gedaagden: mr. T.F.W. Overdijk
Rechter: mr. J. Thomas bijgestaan door mr. C. Neve (griffier)
In mijn boek pleit ik voor afschaffing van de portretrechten in de Auteurswet. Allereerst omdat ze er niet thuishoren: uiterlijke kenmerken zijn geen resultaten van een intellectuele schepping. Daarnaast zijn de wetsartikelen achterhaald: ze gelden alleen voor analoog gebruik volgens gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In andere lidstaten van de Europese Unie worden de portretrechten buiten het auteursrecht om geregeld.
Met de komst van de AVG, mei 2018, zijn de wetsartikelen 19, 20 en 21 zelfs overbodig geworden: een portretfoto is een persoonsgegeven en voor elke verwerking is toestemming nodig van de geportretteerde. Uitzondering op die regel is de verwerking voor journalistieke doeleinden (citaatrecht, redactioneel gebruik).
In dit geschil is een foto van Louis van Gaal zonder zijn toestemming gebruikt in paginagrote advertenties in een krant en in een tijdschrift (analoog gebruik). Kern van het geschil is de hoogte van de schadevergoeding.
Uit het vonnis:
"3.2 (…) Hij stelt als bekende voetbaltrainer een hoge mate van verzilverbare populariteit te hebben, zodat hij een redelijk belang in de zin van artikel 21 Auteurswet (Aw) heeft om zich tegen het gebruik van zijn portret door Interbest en Night Writers te verzetten. (…) Dat [de bondscoach] een publiek persoon is, maakt niet dat hij geen recht heeft op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer en privacy. Bovendien doen Interbest en Night Writers geen beroep op hoogwaardige belangen zoals de vrijheid van informatie. Het gaat om loutere reclameactiviteiten, aldus steeds [de bondscoach]."
Bij een commerciële uiting prevaleert het recht van de geportretteerde (artikel 10 GW) boven dat van de fotogebruiker (artikel 7 GW).
"4.1. Tussen partijen is niet (meer) in geschil dat de foto een portret van [de bondscoach] is, ondanks dat het gezicht van [de bondscoach] maar voor een klein deel zichtbaar is. Partijen zijn het erover eens dat [de bondscoach] in beeld is gebracht, zittend op een bank tijdens een wedstrijd van het Nederlands elftal, waarbij de tekst van de advertentie en de context bijdragen aan de herkenbaarheid van [de bondscoach]."
Ik heb de letterlijke tekst niet kunnen achterhalen. Mocht de naam of functietitel van Louis van Gaal niet vermeld zijn in de advertentietekst dan is het wellicht geen tot een persoon herleidbaar portret.
"4.2 (…) Dat Interbest de bewuste foto, zoals zij aanvoert, heeft gekocht via Getty Images en een licentie heeft gekregen voor het gebruik van de foto, doet er niet aan af dat er inbreuk kan worden gemaakt op het portretrecht van [de bondscoach]."
Het is goed mogelijk dat Getty Images destijds de foto aanbood voor commercieel gebruik. Tegenwoordig staat er bij dat het verboden is (rechtsonder bij gegevens) en wordt de foto aangeboden met embed code:
Embed from Getty Images
Bij ANP kun je een soortgelijke foto kopen voor commercieel gebruik:
"4.8 (…) De rechtbank zal daarom aansluiten bij de hoogte van de vergoeding die [de bondscoach] zelf had kunnen bedingen indien hij had ingestemd met het gebruik van zijn verzilverbare populariteit voor een dergelijke campagne."
Het probleem bij deze wijze van schade begroten is dat de ‘fictieve onderhandeling’ onder normale omstandigheden bepalend is en dat de inbreukmaker, geconfronteerd met het bedrag dat Van Gaal had kunnen krijgen, voor een andere foto en tekst gekozen zou hebben.
De rechtbank wijst een schadevergoeding toe en gelast een nieuwe ronde om het bedrag te kunnen bepalen. Negen maanden later komt de rechtbank uit op € 25.000,-. Van Gaal schenkt het aan stichting Spieren voor Spieren (volgens zijn advocaat).
Rechtbank Amsterdam 15 april 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:2103
Gedaagde heeft tijdens het wereldkampioenschap voetbal 2014 ter promotie van een door haar georganiseerd spel een advertentie geplaatst met een foto waarop eiser herkenbaar in beeld is. De advertentie heeft in een landelijk dagblad gestaan en in een tijdschrift. Eiser had gedaagde geen toestemming verleend voor het gebruik van zijn portret. De rechtbank oordeelt dat gedaagde met haar advertentie inbreuk heeft gemaakt op het portretrecht van eiser. Gedaagde dient eiser een vergoeding te betalen die gelijk is aan het bedrag dat eiser met de advertentie had kunnen verdienen, indien hij hier wel zijn medewerking aan had verleend (verzilverbare populariteit). Volgt tussenvonnis om eiser in de gelegenheid te stellen de hoogte van zijn verzilverbare populariteit nader toe te lichten.
Rechtbank Amsterdam 20 januari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:199
Rechtbank bepaalt omvang van vergoeding die betaald moet worden vanwege inbreuk op het portretrecht.
25 juni 2026 gepubliceerd


