Rechtbank Amsterdam
Advocaat artiest (Loona): mr. S.A. Hoogcarspel
Rechters: mr. R.A. Dudok van Heel, bijgestaan door mr. R.D. Lok
Obscuur libel... die Latijnse term moest ik opzoeken.
Eiser meent de masterrechten te hebben op enkele liedjes die zijn opgenomen in zijn studio. Zijn advocaat heeft echter niets overlegd waaruit dat blijkt.
Uit het vonnis:
"2.5. Op 1 juni 2010 hebben [eisende partij] en [verweerder 2] een overeenkomst voor bepaalde tijd gesloten over de exploitatie van het nummer ‘Vamos a la Playa’. (...) Artikel 3 bepaalt dat de overeenkomst een looptijd heeft van twaalf maanden, te rekenen vanaf het moment dat het nummer (“the SINGLE”) is uitgebracht"
Het enige dat partijen over verdeling van exploitatie-inkomsten op papier lijken te hebben gezet.
"4.4. (...) [eisende partij] heeft veel (en omvangrijke) producties overgelegd met correspondentie die partijen over de jaren hebben gevoerd, maar niet op één specifieke e-mail- of whatsappbericht gewezen waaruit valt af te leiden dat Moonlight c.s. met verlenging van de overeenkomst heeft ingestemd – en die instemming is in de producties ook niet te vinden. Dat betekent dat [eisende partij] niet aan zijn stelplicht en bewijslast heeft voldaan, zodat zijn standpunt dat de overeenkomst na juni 2011 voortduurde wordt gepasseerd."
Ik herken dat van fotogeschillen, een stelling onderbouwen met verwijzing naar uitgebreide correspondentie.
"4.14. (...) Op de zitting heeft [verweerder 2] desgevraagd een toelichting op de berichten gegeven, die erop neerkomt dat zij moeten worden gelezen tegen de achtergrond van haar (destijds) vriendschappelijke relatie met [eisende partij] ; zij zou slechts hebben bedoeld dat zij aan hem zou denken als zij een nieuwe productieopdracht voor hem zou hebben. (...) Bovendien heeft [eisende partij] voor overige productiewerkzaamheden die hij in opdracht van Moonlight c.s. voor andere muzieknummers heeft verricht, facturen gestuurd en daarop betaling ontvangen"
Het geschil komt op mij over als een communicatieprobleem. Onderstreept maar weer eens het belang dat je zakelijke afspraken op papier moet zetten.
"4.15. In de dagvaarding is tot slot veel aandacht besteed aan de vraag of [eisende partij] kan worden aangemerkt als fonogrammenproducent of uitvoerend kunstenaar. Een duidelijke toelichting waarom hij als zodanig recht zou hebben op exploitatie-inkomsten en inzage in exploitatiegegevens ontbreekt echter. In plaats daarvan gaat [eisende partij] uitvoerig in op feiten en omstandigheden waaraan geen rechtsgevolgen zijn verbonden en haalt hij verschillende wetsartikelen aan waarvan onduidelijk is hoe deze samenhangen met de vorderingen. Artikel 21 Aw is daarvan een sprekend voorbeeld: die bepaling biedt bescherming aan een geportretteerde tegen ongewenste openbaarmaking van het portret en houdt dus geen verband met de feiten in deze zaak. De overlegging van 67 producties, die samen honderden pagina’s beslaan en grotendeels niet relevant zijn voor de vorderingen, maakt dat de dagvaarding nog moeilijker te volgen is. In sommige producties, zoals 22 en 31, staat bovendien niet wat [eisende partij] stelt dat daarin staat, hetgeen in strijd is met artikel 21 Rv."
Een zogenoemd platencontract ontbreekt. Lijkt erop alsof de advocaat dat probeert te maskeren door vele andere issues in te brengen.
"4.24 (...) Zoals hiervoor onder 4.15 en 4.16 is overwogen, bevat de dagvaarding vele uitweidingen over irrelevante omstandigheden, met verwijzingen naar honderden pagina’s aan producties, en voldoet zij niet aan de minimale eisen van leesbaarheid en begrijpelijkheid. Dat maakt dat de advocaten van Moonlight c.s. logischerwijs meer dan de gebruikelijke tijd nodig hebben gehad om de stellingen van [eisende partij] te doorgronden en daartegen verweer te voeren. (...) dat de eigen proceskosten die de advocaat van [eisende partij] zijn cliënt in rekening heeft gebracht anderhalf keer zo hoog zijn als de proceskosten waarvan Moonlight c.s. vergoeding vordert"
Het weerleggen van onzin kost in de regel meer tijd dan het maken ervan.
De rechter wijst de vordering van de muziekstudio af en veroordeelt de eenmanszaak tot het betalen van de volledig proceskosten van de artiest: ruim 30.000 euro. De eigen advocaatkosten komen daar nog bovenop: totale schade bedraagt dus meer dan 75.000 euro. Dat lijkt me tuchtwaardig. Te meer daar beide partijen de gang naar de rechter lijken te betreuren.
Rechtbank Amsterdam 7 oktober 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9874
Burgerlijk procesrecht, obscuur libel: de dagvaarding voldoet niet aan de minimale eisen van leesbaarheid en begrijpelijkheid. Gedaagde heeft in de geluidsstudio van eiser de vocalen ingezongen voor een remake van een muzieknummer. Volgens eiser zijn partijen overeengekomen dat de exploitatie-inkomsten gelijk worden verdeeld en heeft hij auteurs- en naburige rechten op het nummer. Eiser heeft niet voldaan aan de stelplicht en bewijslast ten aanzien van vermeende verdelingsafspraken; de onderbouwing van auteursrechtelijke aanspraken is zodanig gebrekkig geformuleerd dat onduidelijk is waaraan de vorderingen moeten worden getoetst en gedaagden zijn geschaad in hun belang om adequaat verweer te kunnen voeren. De vorderingen worden afgewezen, met veroordeling van eiser in de volledige proceskosten van gedaagden.
