De Uitgevers: DPG MEDIA B.V., MEDIAHUIS NEDERLAND B.V. en MEDIAHUIS NRC B.V.
versus
HOWARDSHOME
Advocaten van De Uitgevers: mrs. I.A. Hoedemaeker, D.J.G. Visser en P.J. Kreijger
Advocaten Howardshome: mrs. Chr.A. Alberdingk Thijm, D.N.D. Guerrero Obando en B.J. van Eijk
Raadsheren: mrs. K.A.J. Bisschop, D. Kingma en A.W.G. Artz
Een uitspraak die laat zien dat onze Auteurswet (en Rechtspraak) te kort schiet in het digitale tijdperk. De wet is afgelopen jaren weliswaar regelmatig gewijzigd, maar eenzijdig en steeds ten gunste van de inningsindustrie. Het woord hyperlink, waar deze zaak om draait, ontbreekt nog steeds en dat veroorzaakt dubbelzinnige jurisprudentie.
De raadsheren hebben het vonnis uit 2024 vernietigd. Mosterd na de maaltijd want Howardshome was al tijdens de eerste procedure gestopt met het aanbieden van nieuwssignaleringen:
Kern van het geschil is dat De Uitgevers betaald willen worden voor het gebruik van openbare content en RSS-feeds. De Uitgevers hebben LexisNexus ingeschakeld om die gelden te innen. HowardHome meende dat zij niet verplicht kon worden om daar voor te betalen, maar was desalniettemin bereid om een overeenkomst af te sluiten.
Uit het arrest:
"3.12. Op 27 maart 2020 heeft HowardsHome een zogenoemde Alliance Agreement met LexisNexis gesloten. Op basis van deze overeenkomst mocht HowardsHome zogenoemde acces links, headlines, snippets en full tekst van de gelicentieerde content van de Uitgevers bij LexisNexis inkopen bij het ANP en integreren in haar eigen signaleringsberichten."
Kennelijk had Howardshome een betaald abonnement bij het ANP en kocht ANP content in bij de Uitgevers. Volgens mij is dat omgekeerd en kopen de Uitgevers content in bij ANP. Hoe het ook zit, op content die door twee partijen wordt aangeboden zit géén exclusief persuitgeversrecht.
"3.14. Op 15 maart 2022 heeft LexisNexis eenzijdig de Alliance Agreement met HowardsHome opgezegd omdat HowardsHome zich volgens LexisNexis niet aan de voorwaarden van de Alliance Agreement zou houden en inbreuk maakte op de content van de Uitgevers, onder meer doordat HowardsHome aan haar klanten content van de Uitgevers leverde die niet via LexisNexis was verkregen maar afkomstig was van op internet beschikbare RSS-feeds of was verkregen door het ‘scrapen’ van de websites van de Uitgevers, zowel van voor als achter de paywall."
versus
HOWARDSHOME
Advocaten van De Uitgevers: mrs. I.A. Hoedemaeker, D.J.G. Visser en P.J. Kreijger
Advocaten Howardshome: mrs. Chr.A. Alberdingk Thijm, D.N.D. Guerrero Obando en B.J. van Eijk
Raadsheren: mrs. K.A.J. Bisschop, D. Kingma en A.W.G. Artz
Een uitspraak die laat zien dat onze Auteurswet (en Rechtspraak) te kort schiet in het digitale tijdperk. De wet is afgelopen jaren weliswaar regelmatig gewijzigd, maar eenzijdig en steeds ten gunste van de inningsindustrie. Het woord hyperlink, waar deze zaak om draait, ontbreekt nog steeds en dat veroorzaakt dubbelzinnige jurisprudentie.
De raadsheren hebben het vonnis uit 2024 vernietigd. Mosterd na de maaltijd want Howardshome was al tijdens de eerste procedure gestopt met het aanbieden van nieuwssignaleringen:
Om de virtuele begrippen in dit geschil voor juridische leken inzichtelijk te maken:
Beschouw de uitgevers als kerken met kunstwerken (content). Bij de hoofdingang moeten toeristen langs een loket (LexisNexus) en entree betalen, voor de lokale bevolking is er een onopvallende gratis ingang (RSS-feed) aan de achterzijde. HowardsHome geeft cultuurgidsen uit met locaties (hyperlinks) van kunstwerken.
"3.12. Op 27 maart 2020 heeft HowardsHome een zogenoemde Alliance Agreement met LexisNexis gesloten. Op basis van deze overeenkomst mocht HowardsHome zogenoemde acces links, headlines, snippets en full tekst van de gelicentieerde content van de Uitgevers bij LexisNexis inkopen bij het ANP en integreren in haar eigen signaleringsberichten."
Kennelijk had Howardshome een betaald abonnement bij het ANP en kocht ANP content in bij de Uitgevers. Volgens mij is dat omgekeerd en kopen de Uitgevers content in bij ANP. Hoe het ook zit, op content die door twee partijen wordt aangeboden zit géén exclusief persuitgeversrecht.
"3.14. Op 15 maart 2022 heeft LexisNexis eenzijdig de Alliance Agreement met HowardsHome opgezegd omdat HowardsHome zich volgens LexisNexis niet aan de voorwaarden van de Alliance Agreement zou houden en inbreuk maakte op de content van de Uitgevers, onder meer doordat HowardsHome aan haar klanten content van de Uitgevers leverde die niet via LexisNexis was verkregen maar afkomstig was van op internet beschikbare RSS-feeds of was verkregen door het ‘scrapen’ van de websites van de Uitgevers, zowel van voor als achter de paywall."
LexisNexis beschuldigt HowardsHome ervan content te gebruiken van de Uitgevers die niet via ANP aangeboden werd, maar wel beschikbaar was via RSS-feeds. HowardsHome is via de achteringang de kerk binnengetreden.
LexisNexis beschuldigt HowardsHome ook van 'scrapen'. Scrapen, dat deden ze vroeger met gouden muntjes, waardoor de waarde ervan afnam. Het klinkt illegaal. Alsof HowardsHome ná sluitingstijd een slot forceert om zich toegang te verschaffen tot de kerk.
Nergens in het geschil blijkt dat HowardsHome 'scraapte'. Desalniettemin neemt DPG Media de term over in de kop van haar persbericht over de zaak:
'Hof: Websites ‘scrapen’ voor commerciële doeleinden is inbreuk op rechten uitgever'
Ook advocaat Visser gebruikt de term op LinkedIn:
"6.7. De Uitgevers hebben eveneens gemotiveerd toegelicht en met bewijsstukken onderbouwd dat zij de auteursrechthebbende zijn van de perspublicaties of, als zij dat niet zijn, dat zij door de rechthebbende zijn gemachtigd de auteursrechten in rechte geldend te maken. De Uitgevers hebben gesteld dat zij journalisten in loondienst hebben en dat zij op grond van artikel 7 Aw als maker van door deze journalisten vervaardigde werken hebben te gelden. (...) De Uitgevers hebben verder gesteld dat zij op grond van de overeenkomsten die zij met freelance journalisten hebben gesloten, gerechtigd zijn op eigen naam op te treden tegen een inbreuk op de auteursrechten die rusten op door die journalisten vervaardigde perspublicaties. (...) De Uitgevers hebben ten slotte terecht aangevoerd dat voor zover bij een perspublicatie geen maker is vermeld, zij op grond van artikel 9 Aw de daarop rustende auteursrecht kunnen uitoefenen.
Uit het voorgaande volgt dat in deze procedure als vaststaand kan worden aangenomen dat de Uitgevers voor het overgrote merendeel van de perspublicaties de daarop rustende auteursrechten kunnen uitoefenen. Mogelijk zijn er perspublicaties waarvoor dat niet geldt, maar die mogelijkheid staat niet in de weg aan de beoordeling van de vorderingen van de Uitgevers in deze procedure."
Kwalijke aannames met grote gevolgen:
- Met een machtiging zijn de Uitgevers bevoegd om namens de rechthebbenden op te treden. Dat doen ze in deze zaak niet, ze treden op eigen naam op.
- Voor het optreden op eigen naam voor werken van freelancers is een zogenoemde privatieve lastgevingsovereenkomst vereist. Het is onwaarschijnlijk dat die er is, dat zou namelijk betekenen dat de Uitgevers in opdracht en voor rekening van de freelancers optreden.
- Artikel 9 Aw betekent dat een rechthebbende via de uitgever zijn rechten kan uitoefenen. Uit niks blijkt dat de Uitgevers gezamenlijk met de auteurs optreden.
"6.11 (...) De omstandigheid dat de perspublicaties al publiek toegankelijk zijn betekent, anders dan HowardsHome aanvoert, niet dat haar signaleringen niet als een openbaarmaking kunnen worden aangemerkt."
Volgens de wet (artikel 12.1.2 Aw) kan een werk dat reeds in druk is verschenen niet meer openbaar gemaakt worden, dat is ál openbaar gemaakt. Voor reeds online gepubliceerd werk dat publiek toegankelijk is, is niets vastgelegd in de wet. In jurisprudentie 'moddert' men al jaren met de term eerste openbaarmaker. Unierecht verving de uit het analoge tijdperk stammende term openbaar maken 25 jaar geleden al door mededeling aan (nieuw) publiek.
"6.12. De Uitgevers hebben geen grief aangevoerd tegen het oordeel van de rechtbank dat de hyperlinks in de signaleringen van HowardsHome niet als een openbaarmaking aan een nieuw publiek kunnen worden beschouwd. Dit punt is dus niet aan de orde in dit hoger beroep."
De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat met een hyperlink naar een rechtmatig op het internet beschikbaar gesteld werk geen nieuw publiek wordt bereikt. Daarmee was er, 10 jaar na het Svensson-arrest, eindelijk duidelijke Nederlandse jurisprudentie over hyperlinks. Opmerkelijk dat het hof juist dit punt passeert: hyperlinks zijn de bouwstenen van internet en dragen bij aan een betere vindbaarheid, in dit geval van de Uitgevers. De cultuurgidsen lokken betalende bezoekers naar de kerk.
"6.19. HowardsHome heeft een beroep gedaan op artikel 15a lid 2 Aw, dat bepaalt dat onder citeren mede wordt begrepen het citeren in de vorm van persoverzichten uit in een dag-, nieuws- of weekblad of tijdschrift verschenen artikelen. (...) Het hof heeft hiervoor in rov. 6.14 al overwogen dat HowardsHome niet als een persmedium kan worden beschouwd en haar commerciële signaleringsdienst kan daarmee niet als een persoverzicht in de zin van artikel 15a lid 2 Aw worden aangemerkt."
Artikel 15a Aw stelt geen eisen aan de mededeler.
Volgens de wet (artikel 12.1.2 Aw) kan een werk dat reeds in druk is verschenen niet meer openbaar gemaakt worden, dat is ál openbaar gemaakt. Voor reeds online gepubliceerd werk dat publiek toegankelijk is, is niets vastgelegd in de wet. In jurisprudentie 'moddert' men al jaren met de term eerste openbaarmaker. Unierecht verving de uit het analoge tijdperk stammende term openbaar maken 25 jaar geleden al door mededeling aan (nieuw) publiek.
"6.12. De Uitgevers hebben geen grief aangevoerd tegen het oordeel van de rechtbank dat de hyperlinks in de signaleringen van HowardsHome niet als een openbaarmaking aan een nieuw publiek kunnen worden beschouwd. Dit punt is dus niet aan de orde in dit hoger beroep."
De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat met een hyperlink naar een rechtmatig op het internet beschikbaar gesteld werk geen nieuw publiek wordt bereikt. Daarmee was er, 10 jaar na het Svensson-arrest, eindelijk duidelijke Nederlandse jurisprudentie over hyperlinks. Opmerkelijk dat het hof juist dit punt passeert: hyperlinks zijn de bouwstenen van internet en dragen bij aan een betere vindbaarheid, in dit geval van de Uitgevers. De cultuurgidsen lokken betalende bezoekers naar de kerk.
"6.19. HowardsHome heeft een beroep gedaan op artikel 15a lid 2 Aw, dat bepaalt dat onder citeren mede wordt begrepen het citeren in de vorm van persoverzichten uit in een dag-, nieuws- of weekblad of tijdschrift verschenen artikelen. (...) Het hof heeft hiervoor in rov. 6.14 al overwogen dat HowardsHome niet als een persmedium kan worden beschouwd en haar commerciële signaleringsdienst kan daarmee niet als een persoverzicht in de zin van artikel 15a lid 2 Aw worden aangemerkt."
Artikel 15a Aw stelt geen eisen aan de mededeler.
Artikel 15 Aw stelt die eis wél: persmedia hebben het alleenrecht op de nieuwsexceptie. Het wetsartikel stamt uit de tijd dat er een negatief nodig was om een foto over te nemen. Die bestanden staan tegenwoordig voor iedereen beschikbaar online. Hoogste tijd dus om dat wetsartikel – dat nieuwsuitgevers zonder billijke vergoeding nieuwsberichten mogen overnemen – te schrappen.
"6.26 (...) De Uitgevers hebben terecht aangevoerd dat onder hun normale exploitatie ook valt het beschikbaar stellen van hun content voor zakelijk gebruik tegen betaling (...) De Uitgevers hebben gesteld dat zij via LexisNexis en ArtikelPro jaarlijks aanzienlijke royalty’s ontvangen over de omzet die deze partijen genereren met de journalistieke content van de Uitgevers."
De kerk ontvangt geld van bezoekers die de hoofdingang gebruiken.
"6.39. Partijen twisten met name over de vraag of de signaleringen van HowardsHome sinds 2024 – die wat tekst betreft dus beperkt zijn tot maximaal 150 tekens, exclusief de kop – voldoen aan de eis van ‘enkele woorden of hele korte fragmenten’."
"6.26 (...) De Uitgevers hebben terecht aangevoerd dat onder hun normale exploitatie ook valt het beschikbaar stellen van hun content voor zakelijk gebruik tegen betaling (...) De Uitgevers hebben gesteld dat zij via LexisNexis en ArtikelPro jaarlijks aanzienlijke royalty’s ontvangen over de omzet die deze partijen genereren met de journalistieke content van de Uitgevers."
De kerk ontvangt geld van bezoekers die de hoofdingang gebruiken.
"6.39. Partijen twisten met name over de vraag of de signaleringen van HowardsHome sinds 2024 – die wat tekst betreft dus beperkt zijn tot maximaal 150 tekens, exclusief de kop – voldoen aan de eis van ‘enkele woorden of hele korte fragmenten’."
HowardsHome is gestopt in 2024. Wat doet het er anno 2026 toe of ze voldoen aan de eis van artikel 7b.2c Wnr?
"6.42. Tegen deze achtergrond is het hof van oordeel dat de signaleringen van HowardsHome, ook als zij beperkt waren tot maximaal 150 tekens (exclusief de kop), te groot van omvang waren om als ‘enkele woorden of korte fragmenten’ te worden beschouwd."
Recht is geen exacte wetenschap en het hof beslist, anders dan de rechtbank, dat de fragmenten te groot waren. Voor deze zaak doet dat er echter niet toe, omdat de Uitgevers de fragmenten via RSS-feeds publiekelijk beschikbaar stellen. Iedereen mag de achteringang van de kerk gebruiken.
"6.43. HowardsHome kan de omvang van haar signaleringen niet rechtvaardigen met een verwijzing naar het hiervoor genoemde recht op informatievrijheid. Daarvoor zijn signaleringen van een dergelijke omvang niet nodig. Bovendien is niet gebleken dat het publiek zonder de signaleringen verstoken bleef van de informatie uit de perspublicaties. Integendeel: HowardsHome heeft zelf benadrukt dat haar signaleringen gebaseerd zijn op perspublicaties die beschikbaar waren op het gratis toegankelijke deel van de websites van de Uitgevers (‘voor de betaalmuur’)."
De kerk heeft kunstwerken aan de buitengevel hangen en wil niet dat die gratis te bezichtigen kunstwerken opgenomen worden in de cultuurgidsen van HowardsHome.
"6.47. HowardsHome heeft zich tegen de vorderingen van de Uitgevers verweerd met een beroep op het mededingingsrecht, dat erop neerkomt dat de Uitgevers misbruik hebben gemaakt van hun machtspositie op de Nederlandse (online)nieuwsmarkt. Het hof verwerpt dit beroep alleen al omdat HowardsHome niet heeft voldaan aan de op haar rustende stelplicht."
Lijkt me algemeen bekend dat de mediamacht geconcentreerd is. De Uitgevers hebben een marktaandeel (dagbladen) van meer dan 90% [tabel 4].
"6.50 (...) De Uitgevers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat er een mogelijkheid is dat zij als gevolg van de in dit arrest aangenomen inbreuken schade hebben geleden. Het hof zal HowardsHome veroordelen de als gevolg van deze inbreuken door ieder van de Uitgevers geleden schade te vergoeden, en de zaak daarvoor naar de schadestaat verwijzen."
Niet bewezen is dat de Uitgevers het exclusieve auteurs- of persuitgeversrecht hebben. Zoals we van een kerk ook niet weten of ze de kunstwerken in eigendom of bruikleen heeft, of dat er een tentoonstelling is.
Niet bewezen is dat HowardsHome beveiligingsmaatregelen omzeild heeft en onrechtmatig gehandeld heeft (artikel 29a.2 Aw) jegens de Uitgevers. Een kerk zal huisvredebreuk moeten kunnen aantonen als zij schade vordert wegens het binnentreden van haar kerk.
Het hof stelt dat er schade geleden is, maakt niet concreet wat die schade is en legt de onderbouwing ervan neer bij HowardHome. Op straffe van dwangsommen oplopend tot € 100.000,-.
"6.55. (...) De Uitgevers hebben jarenlang doelbewust klanten van HowardsHome benaderd met de boodschap dat HowardsHome inbreuk maakt op de intellectuele eigendomsrechten van de Uitgevers. Dit gebeurde bij individuele klanten en via algemene berichtgeving. De Uitgevers hebben daarmee opzettelijk twijfel gezaaid over de rechtmatigheid van de dienstverlening van HowardsHome met geen ander oogmerk dan schade te berokkenen. De Uitgevers hebben een voortdurende laster- en intimidatiecampagne gevoerd die er uiteindelijk toe heeft geleid dat HowardsHome haar activiteiten heeft moeten staken. De Uitgevers hebben hiermee onrechtmatig jegens HowardsHome gehandeld en zijn aansprakelijk voor de schade die HowardsHome hierdoor heeft geleden."
Het hof geeft de Uitgevers gelijk en veegt daarmee de tegeneis van HowardsHome van tafel.
7.2. verklaart voor recht dat HowardsHome door het zonder toestemming:
a. verveelvoudigen en/of openbaar maken van tekst- en beeldwerken waarop de Uitgevers het auteursrecht hebben of ten aanzien waarvan zij dit kunnen inroepen, en
b. reproduceren en/of het beschikbaar stellen voor het publiek voor online gebruik van de perspublicaties van de Uitgevers in de zin van artikel 7b Wnr,
inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht en het persuitgeversrecht van (althans in rechte inroepbaar door) de Uitgevers en daarmee onrechtmatig jegens ieder van hen gehandeld heeft, en veroordeelt HowardsHome de als gevolg van deze inbreuken door ieder van hen geleden schade te vergoeden, nader op te maken bij staat;
Net zoals in fototrollenzaken hoeft de eisende partij niet te bewijzen dat zij de rechthebbende is en de hoogte van de geleden schade te onderbouwen.
7.3. beveelt HowardsHome om uiterlijk binnen 30 dagen na betekening van dit arrest aan de advocaten van de Uitgevers een schriftelijke en met bewijsstukken onderbouwde opgave te doen van alle inbreuken op het auteursrecht en het persuitgeversrecht van (althans in rechte inroepbaar door) de Uitgevers, welke opgave moet omvatten (a) vermelding van de artikelen en/of foto’s die HowardsHome geheel of gedeeltelijk heeft verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt (b) het aantal verveelvoudigingen en/of openbaarmakingen van deze artikelen en/of foto's;
Van wie eist bewijst heeft het hof kennelijk nog nooit gehoord.
Het hof veroordeelt Howardshome tot het betalen van 75.000 euro aan proceskosten van de Uitgevers. Daar komen de eigen proceskosten nog eens bovenop.
De Auteurswet was ooit bedoeld om de rechten van de makers te beschermen. Daar is weinig van overgebleven met een rechterlijke macht die in dienst staat van de inningsindustrie. Ik kan niet meer doen dan blootleggen. Dus ik eindig met een overzicht van de betrokken advocaten en raadsheren:
Nevenfuncties van de drie raadsheren:
Ton Artz: advocaat-partner bij Leijnse Artz
Klaas Bisschop: lid College voor Klachten en Beroep voor .NL-domeinnamen en tot 1 maart 2022 advocaat-partner bij Hogan Lovells International LLP
Doeke Kingma: voorzitter College voor Klachten en Beroep voor .NL-domeinnamen
Procesadvocaat van de Uitgevers: Ines Hoedemaeker van MOOV.advocaten B.V. Bij de zaak in eerste aanleg: I.M.C.A. Reinders Folmer met een B.V. op eigen naam. Reinders Folmer duikt vaker op bij uitspraken die gunstig zijn voor de inningsindustrie. Het arrest bijvoorbeeld waar het hof en de advocaten doen alsof de AVG niet bestaat en de geïntimeerde veroordeeld wordt voor het gebruiken van zijn eigen portret.
Ter zitting aanwezig voor de Uitgevers: advocaat-partners Paul Kreijger en Dirk Visser van Visser Schaap & Kreijger.
Procesadvocaat van HowardsHome: Christiaan Alberdingk Thijm van bureau Brandeis. Net zoals bij de zaak in eerste aanleg.
Ter zitting aanwezig voor HowardsHome: (de jonge) advocaten Diego Guerrero Obando en Bram van Eijk van bureau Brandeis.
Gerechtshof Amsterdam 20 oktober 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2977
Auteursrecht, databankenrecht, persuitgeversrecht (artikel 7b Wnr). Beroep op citaatrecht (artikel 15a Aw) en tekst- en dataminingexceptie (artikel 15oAw). Maakt aanbieder van digitale signaleringsdienst van nieuwsberichten inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van de uitgevers van de perspublicaties waarop de signaleringen zijn gebaseerd?
5 november 2026 gepubliceerd

